Als de leefeenheid van de inwoner ook bestaat uit kinderen, dan wordt in het gesprek doorgenomen wat het kind zelf kan bijdragen. Hierbij kan, afhankelijk van de leeftijd, gedacht worden aan lichte huishoudelijke taken zoals opruimen van eigen spullen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen en kleding in de wasmand gooien.

Kinderen vanaf 16 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.

Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze een gedeelte van de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt.

Van kinderen vanaf 18 mag verwacht worden dat zij huishoudelijke hulp als gebruikelijke zorg verlenen, ondanks dat zij studeren, een druk sociaal leven en een bijbaan hebben. Het is niet onredelijk om van meerderjarige kinderen te verwachten dat zij vanaf 18 jaar in verband met studie op kamers kunnen wonen en een eenpersoonshuishouden kunnen draaien en dat zij vanaf 23 jaar worden verondersteld een volledig huishouden te kunnen draaien. De uren van een eenpersoonshuishouden worden daarom in mindering gebracht op de totale indicatie voor het gezin.

Daarnaast dient gekeken te worden naar specifieke omstandigheden en het vermogen van het kind voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties.

Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht de huishoudelijke taken volledig over te nemen. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.

Een daginvulling met opleiding en/of bijbaantjes heeft in principe geen invloed op bovenstaande.