**1..** Bij subsidies van € 10.000,- tot en met € 50.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
in geval van een jaarsubsidie vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
in geval van een incidentele subsidie uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn afgerond. Het termijn van 12 weken wordt geacht redelijk te zijn conform artikel 4:46 Awb. In bijzondere gevallen kan het college op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger dit termijn verlengen.
**2..** De aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag waarin wordt aangetoond in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd, welke resultaten zijn behaald en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
een financieel verslag of jaarrekening met een overzicht van de uitgaven en inkomsten die verband houden met de gesubsidieerde activiteiten.
**3..** Het college kan bij subsidieregeling nadere eisen stellen aan de inhoud en vorm van de eindverantwoording, mits deze eisen proportioneel zijn, zoals in artikel 4:37 van de Awb, in verhouding tot de hoogte van de subsidie en het doel van de gesubsidieerde activiteiten.
**4..** Persoonsgegevens in verantwoordingsdocumenten worden uitsluitend verwerkt voor het vaststellen van de subsidie. De verwerking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder e AVG (taak van algemeen belang). De gegevens worden beveiligd conform artikel 32 AVG en niet langer bewaard dan noodzakelijk, conform artikel 5, lid 1, sub e AVG (opslagbeperking).
**5..** Digitale eindverantwoordingen worden ingediend via een toegankelijk platform dat voldoet aan de WCAG 2.1 AA-richtlijnen en de beveiligingseisen van de Wet digitale overheid.
Artikel 13.
Eindverantwoording subsidies van meer dan €10.000,- tot en met €50.000,-
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2026