De houder is verplicht uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het dode
gezelschapsdier is aangetroffen, het dier te vervoeren naar een verzamelplaats zoals bedoeld in artikel 19 van deze verordening en het daar aan te geven en tegen de daaraan verbonden kosten af te staan.
Tot het tijdstip van afgifte moet de houder het dode gezelschapsdier zodanig bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.
Hoofdstuk 5
Artikel 20
Aangifte van dode gezelschapsdieren
Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik