Het bepaalde in hoofdstuk 5 van deze verordening is niet van toepassing indien:
het dode gezelschapsdier wordt begraven op een dierenbegraafplaats of op een terrein dat ter
beschikking staat van de houder;
het dode gezelschapsdier wordt gecremeerd bij een dierencrematorium;
de houder het dode gezelschapsdier laat inslapen door tussenkomst van een dierenarts, die ervoor
zorgt dat het dier ter verwerking wordt aangeboden.