Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.4:

Artikel 6:12:

Afzien van verhaal

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz

1.. Het college ziet geheel of gedeeltelijk af van verhaal indien hiervoor dringende redenen aanwezig zijn in de zin dat het opleggen van een verhaalbijdrage leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor belanghebbende(n). 2.. Indien wordt ingeschat dat de dringende redenen zoals opgenomen in lid 2 van dit artikel slechts van tijdelijke aard zijn wordt gedurende een afkoelingsperiode van drie maanden afgezien van verhaal, waarna middels een heronderzoek bezien wordt of er kan worden overgegaan tot verhaal. 3.. Wanneer er sprake is van opname in een blijf-van-mijn-lijfhuis onder geheimhouding worden dringende redenen altijd aangenomen. 4.. Indien uit vooronderzoek blijkt dat de onderhoudsplichtige op wie verhaald wordt over onvoldoende middelen beschikt om een verhaalbijdrage op te kunnen leggen, wordt afgezien van verhaal in verband met het ontbreken van draagkracht. Als wordt ingeschat dat het om een tijdelijke situatie gaat, dan wordt tijdelijk afgezien van verhaal en kan middels een heronderzoek bezien worden of alsnog tot verhaal kan worden overgegaan. 5.. Indien de onderhoudsplichtige een buitenlandse nationaliteit heeft en langdurig buiten Nederland woont, dan wordt van verhaal afgezien. 6.. Wanneer er sprake is van een gering te verhalen bedrag of geringe periode wordt in de individuele situatie beoordeeld of verhalen wenselijk is, bij twijfel in collegiaal overleg of in afstemming met de teammanager. Er wordt in ieder geval afgezien van het opleggen van een onderhoudsbijdrage als het te verhalen bedrag lager is dan € 50,00 per maand, kan het college afzien van verhaal. Na drie jaar houdt het college een heronderzoek om de mogelijkheden van verhaal opnieuw te bezien. 7.. Het college start geen onderzoek naar de onderhoudsbijdrage in de volgende situaties: wanneer het jongste kind 17 jaar is; wanneer de onderhoudsgerechtigde binnen 6 maanden de AOW- gerechtigde leeftijd gaat bereiken; een jong-meerderjarige binnen 6 maanden 21 jaar wordt;

Rechtspraak bij dit artikel