De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden.
De burgemeester vermeldt in een vergunning:
De vergunninghouder;
Tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
De plaats waar de inrichting zich bevindt;
De voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden;
Dat de vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan in het horecabedrijf aanwezig zijn;
De horeca-exploitatievergunning is in de inrichting aanwezig en wordt op verzoek van of namens de burgemeester getoond;
De ondernemer en/of de leidinggevende draagt er zorg voor dat de bezoekers in en om het horecabedrijf geen hinder veroorzaken voor omwonenden, de openbare orde niet wordt verstoord, de veiligheid gewaarborgd blijft en het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast door de wijze van exploitatie;
Personen die beveiligingswerkzaamheden verrichten (horecaportiers) voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
De politie en andere handhavingsdiensten worden door of namens de horecaondernemer zo spoedig mogelijk en pro-actief benaderd ingeval er relevante veiligheidskwesties spelen;
In de inrichting wordt voor voldoende toezicht gezorgd.
Sluitingstijden
De sluitingstijden voor horecabedrijven en terrassen zijn in artikel 2:29 Apv geregeld. De burgemeester kan in de exploitatievergunning afwijken van de reguliere sluitingstijden en nadere regels stellen met betrekking tot de sluitingstijden.
AVV Terrassen
Een eventueel terras mag slechts geplaatst worden in overeenstemming met de AVV terrassen en het omgevingsplan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Inhoud en voorschriften vergunning
Onderdeel van Beleidsregel horeca