Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3.

Artikel 4.3.1.

Landschappelijke inpassing: verdiepingsslag

Onderdeel van Beleidskader zonne- en windenergie 2023 – 2027

In 2020 is in samenwerking met de provincie Groningen de landschappelijke verdiepingsslag opgesteld als aanvulling op het voorgaande beleidskader. Uit de beleidsevaluatie is gebleken dat de uitgangspunten uit deze landschappelijke verdiepingsslag nog steeds actueel zijn en voldoen. Daarom nemen we deze, voor zover qua gebieden nog van toepassing, over in dit beleidskader. Over het algemeen gelden de volgende basiscriteria bij het inpassen van een zonnepark: Passend in de schaal van het landschap en aansluitend op landschappelijke kenmerken van het gebied. Op landschapsniveau wordt gestreefd een zonnepark zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de ruimtelijke hoofdstructuur. Daarnaast moet er per locatie gekeken worden welke maat en schaal past bij de omgeving. Bij een klein dorp bijvoorbeeld past geen heel groot zonnepark terwijl dit bij een industrieterrein beter passend is. Passende afstand tot woningen en linten. Een zonnepark dient op een passende afstand te liggen van woningen en linten. Maar wat is precies een passende afstand? De meest geschikte locaties voor zonneparken in landelijk gebied worden gezien als locaties met kenmerken van verstedelijking, en plekken waar vraag en aanbod in balans zijn. Bijvoorbeeld aan de rand van een kern. Echter is het ook belangrijk dat bewoners geen hinder ondervinden aan een zonnepark nabij hun woningen. Daarom hanteren we een richtlijn van 50 meter afstand tot bebouwing en linten. Daarmee ontstaat ruimte om maatregelen te treffen om zichtlijnen op het zonnepark te beperken en een groene rand te creeren. Afstand tot andere zonneparken. Ongewenste clustering van zonneparken willen we voorkomen. We nemen hiervoor als stelregel een minimale afstand van 500 meter tussen zonneparken. Per project wordt gekeken of deze afstand passend is in de situatie. In sommige gevallen kan clustering wenselijk zijn. Hierbij is clustering mogelijk tot de maximale omvang van 10 hectare bruto van één park (zie paragraaf 4.2). Zoals in paragraaf 4.2. beschreven, onderscheiden we twee gebieden waar kleine zonneparken tot 10 hectare in het buitengebied mogelijk zijn. Voor deze landschappen zijn aanvullende criteria voor inpassing opgesteld, op basis van de kernkwaliteiten. Een overzicht is te vinden in de onderstaande tabel 1. Tabel 1. Overzicht van de twee grootschalige landschapstypen en de bijbehorende aanvullende landschappelijke criteria. Industriële veengronden Westelijke zandgronden Rekening houden met grenstractaat Geen zonneparken nabij Bourtange Open zone aan de weg Zonneparken starten in lijn achter agrarisch bijgebouwen om grote ruimte van het landschap te kunnen ervaren Zonneparken beperken in hoogte (max 1.80 meter), en geen hoge beplanting in de randen Aan wegen zonder bebouwing en tussengebieden, linten vrijhouden Verdichting van randen mogelijk door diversiteit gebied Inpassingsrand gewenst, bijvoorbeeld: bomenwal, struweel, landbouwkundige beplanting, bosbeplanting Meerwaarde creëren voor gebied (natuurontwikkeling, natuur inclusieve landbouw, waterberging of de ontwikkeling van een bedrijventerrein) Meer specifiek dienen op objectniveau een aantal uitgangspunten met betrekking tot de inpassing te worden gehanteerd: Zorgen voor een eenduidige kleurstelling met in ieder geval donkere kleuren. Zorgen voor een passende ordening van zonnepanelen en trafohuisjes. In elk geval door verspringing in het landschap te voorkomen en restruimtes binnen het zonnepark te laten vallen (zie figuur 10). Figuur 10. Een zuid-opstelling is niet altijd passend bij de kavelstructuur van een zonnepark. Een passende ligging van de zonnepanelen kan inefficiënte restruimte voorkomen en zorgen voor een ruimtelijk logische buitengrens. Wanneer er toch wordt gekozen voor een opstelling die niet optimaal past binnen de kavelstructuur kunnen restruimtes het beste aan de binnenkant van het park worden opgelost zodat er geen gerafelde buitengrens ontstaat.27 Zie Handreiking locatiekeuze en ontwerp zonneparken van de Provincie Groningen.

Rechtspraak bij dit artikel