Praktisch wordt als volgt invulling gegeven aan de uitgangspunten:
- - Het college van B&W stelt als eindverantwoordelijke het informatiebeveiligingsbeleid vast.
- - Het MT stelt jaarlijks het informatiebeveiligingsplan (IBP) vast.
- - Het MT is verantwoordelijk voor het (laten) uitwerken en uitvoeren van onderwerp specifieke tactische beleidsregels die aanvullend zijn op dit beleid.
- - De Chief Information Security Officer (CISO) ondersteunt vanuit een onafhankelijke positie de organisatie bij het bewaken en verhogen van de betrouwbaarheid van de informatievoorziening en rapporteert hierover rechtstreeks aan het management.
- - Tijdens P&C-gesprekken dient er aandacht te zijn voor de informatiebeveiliging n.a.v. de rapportage van de CISO. De onderwerpen, die als risicovol worden gezien, moeten tevens worden opgenomen in het IC-plan.
- - De afdelingsmanagers zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de informatiebeveiliging voor de processen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
- - Hoewel de basiskernregistraties (BRP, PUN, SUWI, BAG, BGT, BRO) en toekomstige basisregistraties belangrijk zijn in het kader van informatiebeveiliging, krijgen zij niet meer of minder voorrang dan andere (primaire) processen binnen de gemeente. Het samenspel van alle processen binnen de bedrijfsvoering is belangrijk voor de missie en de visie van de gemeente en het behalen van de doelen die zijn gesteld.
- - Alle medewerkers van de gemeente worden periodiek getraind in het gebruik van beveiligingsprocedures.
- - Medewerkers dienen verantwoord om te gaan met persoonsgegevens en andere informatie.
- - De coordinatoren dienen erop toe te zien dat de controle op het verwerken van persoonsgegevens regelmatig wordt uitgevoerd, zodat zij kunnen vaststellen dat alleen rechthebbende ambtenaren de juiste persoonsgegevens ingezien en verwerkt hebben.
- - De beveiligingsmaatregelen worden bepaald op basis van risicomanagement. Managers voeren QuickScans informatiebeveiliging uit op basis van de BIO2.0 om deze risico-afwegingen te kunnen maken.