Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.4.

Subdoel: Een toegankelijke, klimaatbestendige en sociaal leefbare woonomgeving

Onderdeel van Programma Volkshuisvesting 2026-2030

Een goede leefomgeving is veilig, groen en sociaal. We willen dat inwoners zich prettig voelen, elkaar kunnen ontmoeten en beschermd zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarom zetten we in op vergroening, klimaatadaptieve maatregelen, sociale menging en toegankelijkeopenbare ruimte. Via prestatieafspraken, groennormen en bewonersinitiatieven bouwen we aan dorpen waar duurzaamheid en samenleven hand in hand gaan. A. Koel bouwen: lichte kleuren tegen opwarming Doel: Voorkomen dat woningen en buurten te warm worden door lichte gevel- en dakkleuren te adviseren bij nieuwbouw. Dit helpt tegen hittestress en verhoogt het wooncomfort. Beschrijving: Vanaf 1 januari 2027 adviseren we dat woningen in een lichte kleurstelling (LRV ≥ 50) worden uitgevoerd. Lichte kleuren weerkaatsen zonlicht en houden woningen en de omgeving koeler. Dit is vooral belangrijk voor kwetsbare bewoners zoals ouderen of mensen met gezondheidsproblemen. Kader & Uitvoering: Adviseren bij alle nieuwbouwprojecten vanaf 1 januari 2027. Dit nemen we op in het programma van eisen. Uitzonderingen alleen bij beschermd dorpsgezicht of monumentale panden. B. Minder hitte in huurwoningen Doel: Het verminderen van hittestress in sociale huurwoningen door prestatieafspraken te maken met woningcorporaties. Beschrijving: In sociale huurwoningen is het vaak lastig voor bewoners om zelf maatregelen te nemen tegen hitte. Daarom spreken we met woningcorporaties af dat zij bij nieuwbouw, renovatie en onderhoud maatregelen nemen om hittestress te beperken. Denk aan: buitenzonwering; zonwerend glas; kleinere glasvlakken op het zuiden; goede ventilatiemogelijkheden; en groene daken of gevels waar mogelijk. Kader & Uitvoering: Om dit doel te bereiken, werken we aan de volgende concrete acties en kaders: Prestatieafspraken corporaties: Jaarlijks opnemen van hittemaatregelen in de prestatieafspraken via het duurzaamheidsakkoord, met aandacht voor zowel nieuwbouw als renovatie/verbetering van bestaande woningen. C. Ruimte reserveren voor energievoorzieningen Doel: Elke nieuwe wijk toekomstbestendig maken door ruimte te reserveren voor netuitbreiding, zoals transformatorstations en laadinfra, zodat het energienet kan meegroeien met de woningbouw. Beschrijving: Bij nieuwe woongebieden moet vanaf het begin rekening worden gehouden met de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Door in de planvorming direct ruimte op te nemen voor een transformatorstation of vergelijkbare energievoorzieningen, voorkomen we vertraging, extra kosten en aanpassingen achteraf. Dit maakt de wijk beter voorbereid op warmtepompen, laadinfra en andere onderdelen van de energietransitie. Kader & Uitvoering: Toetsing bij vergunningverlening: Ontwikkelaars zijn verplicht bij planvorming aan te tonen dat ruimte voor netuitbreiding is meegenomen. Toetsing gebeurt bij de omgevingsvergunning en bij anterieure overeenkomsten. Beoordelingskader omgevingsplan: “In nieuwe woongebieden (>30 woningen) wordt minimaal 50 m² bestemd voor een transformatorstation of vergelijkbare energievoorziening. D. Ruimte voor ontmoeting Doel: Wijken ontwerpen waar bewoners elkaar makkelijk kunnen ontmoeten, zodat veiligheid, saamhorigheid en leefbaarheid groeien. Beschrijving: We reserveren bij nieuwbouw ruimte voor pleinen, binnentuinen, speel- en beweegplekken buurtkamers of bankjes. We werken hierbij volgens het BOSS-concept (Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de openbare ruimte. Dat vergroot de sociale samenhang en het gevoel van veiligheid, vooral bij ouderen en zorgbehoevenden. Kader & Uitvoering: Programma van Eisen:“Bij nieuwbouwprojecten met ≥20 woningen moet het stedenbouwkundig plan minimaal één collectieve ontmoetingsruimte bevatten (zoals een plein, binnentuin, speel- en beweegplek, buurtkamer of gelijkwaardig). De invulling van deze ruimte is project specifiek en wordt afgestemd op de bestaande voorzieningen in de omgeving. De ruimte moet openbaar toegankelijk, veilig bereikbaar en ingericht zijn met zitgelegenheden en groenvoorziening.” Samenwerking met bewoners: participatie met (toekomstige) bewoners om te bepalen welke vorm van ontmoeting het meest bijdraagt aan hun behoeften en sociale samenhang. Beheer: Duidelijke afspraken met gemeente, corporaties en bewonersgroepen over onderhoud, zodat de plekken aantrekkelijk en veilig blijven. E. Ruimte voor nieuwe woonvormen Doel: Meer ruimte bieden voor innovatieve woonvormen, in het bijzonder Tiny houses en meergeneratiewoningen, die inspelen op veranderende woonwensen en bijdragen aan sociale verbondenheid, betaalbaarheid en zorgzaamheid in de buurt. Beschrijving: We stimuleren woonconcepten zoals Tiny houses, meergeneratiewoningen (kangoeroewoningen), hofjes en collectieve woonprojecten. Deze woonvormen bieden oplossingen voor actuele uitdagingen: Tiny houses creëren betaalbare, duurzame en compacte woningen voor starters en alleenstaanden. Meergeneratiewoningen maken het mogelijk om zorg en ondersteuning binnen één huishouden te organiseren, zonder verlies van zelfstandigheid. Bij de beoordeling van woningbouwplannen hanteren we een afwegingskader waarin projecten met deze innovatieve woonvormen extra waardering krijgen. Zo geven we ruimte aan initiatieven die sociale verbondenheid bevorderen en inspelen op veranderende woonwensen. Kader & Uitvoering: Omgevingsplanregels en voorwaarden Woonvorm Omgevingsplanregel Voorwaarden Tiny houses Tiny houses toegestaan op aangewezen locaties Met de specifieke bouwaanduiding Tiny Houses- conform Omgevingsplan. geen minimale m2 GBO-oppervlakte. vast of verplaatsbaar, geen caravan. duurzaam en energiezuinig. in achtertuin alleen onder voorwaarden mantelzorgwoning/bijwoning zie begrippenlijst. Meergeneratiewoning Op aangewezen kavels maximaal één meergeneratiewoning toegestaan. maximaal 2 wooneenheden binnen één hoofdgebouw. niet juridisch splitsbaar en niet los verkoopbaar. extra parkeernorm: 1 extra plek op eigen terrein. zie begrippenlijst. Concrete projecten We realiseren een plek waar Tiny houses gerealiseerd kunnen worden in de koopsector. Dit staat gepland in project de Bunders in Heesch. F. Integrale water- en bodemrichtlijnen voor woningbouw Doel: Zorgen dat nieuwe woningen veilig en klimaatbestendig zijn, met water en bodem als uitgangspunt, zodat nieuwe woningen geen extra risico’s lopen op wateroverlast, droogte of bodemdaling. Beschrijving: Enkeerdgronden Enkeerdgronden bevinden zich vaak aan de randen van dorpen en steden en worden regelmatig aangewezen als mogelijke bouwlocaties. Toch zijn deze gronden erg waardevol vanwege hun bodemkenmerken: Ze bevatten veel humus, waardoor ze vruchtbaar zijn, water goed vasthouden en dit langzaam afgeven aan de ondergrond (zoals een spons). Bebouwing maakt deze bodemstructuur kapot en herstel gaat zeer langzaam. Daarom is het belangrijk om de enkeerdgronden expliciet in te brengen op het onderdeel bodem en water sturend bij de ruimtelijke ontwikkelkaart die ontwikkeld gaat worden. We bouwen niet op plekken waar wateroverlast, tektonische bewegingen of de Peelrandbreuk risico’s opleveren. Water en bodem sturen onze ruimtelijke keuzes. Kader & Uitvoering: Programma van eisen: “We bouwen niet op plekken waar wateroverlast en tektoniek van het breukensysteem, expliciet de Peelrandbreuk, risico’s opleveren. Water en bodem sturen onze ruimtelijke keuzes. Bij nieuwbouwprojecten dient aangetoond te worden dat wateroverlast van breukensysteem niet leiden tot aantasting van woongenot en veiligheid. Projecten voldoen aan de lokale water- en bodemrichtlijnen zoals vastgesteld in het gemeentelijke toetsingskader.” G. Veilig bouwen bij Peelrand- en Mellebreuk en beekdalen Doel: Voorkomen dat woningen gebouwd worden op onveilige of waardevolle bodem. Beschrijving: Peelrandbreuk Het toevoegen van bebouwing in beekdalen en op of tegen de Peelrandbreuk is zeer ongewenst, omdat dit te veel risico geeft voor toekomstige bewoners. Binnen 100 meter (50m aan beide zijde) van de Peelrandbreuk is een geotechnisch onderzoek verplicht. Dit onderzoek geeft inzicht in de exacte ligging van de breuk. Binnen 100 meter (50m aan beide zijde) van de Peelrandbreuk zijn kelders onder woningen niet toegestaan, om wateroverlast te voorkomen (ervaring uit het verleden). De Provincie Noord-Brabant heeft een kaart met een ruwe inschatting van de ligging van de breuklijnen. De kaart van de Provincie Noord-Brabant en het gemeentelijk onderzoek naar ligging breuken zijn leidend voor het advies. Onderzoek naar de precieze ligging is in ontwikkeling. Nieuwe data of inzichten kunnen leiden tot nauwkeuriger advies. Beekdalen De zone van de beekdalen wordt getoetst op de kaart van het waterschap Aa en Maas NBW zomer en winter. Kader & Uitvoering: Omgevingsplanregel: Op de Peelrand- en Mellebreuk of binnen 50 m van de breuklijn (25m aan beide kanten) geldt een bouwverbod. Daarbuiten is woningbouw toegestaan, maar binnen 100 m (50m aan beide kanten) zijn kelders verboden en is geotechnisch onderzoek verplicht. Uitzonderingsregel: Geldt niet voor civieltechnische of cultuurtechnische voorzieningen. In het beekdal geldt een woningbouwverbod. H. Beleidsuitwerking voor gestapelde bouw Doel: Slim en toekomstbestendig omgaan met de schaarse ruimte in de kernen door het mogelijk maken van gestapelde bouw tot enkele bouwlagen, zonder verlies van groen, dorps karakter en leefkwaliteit. De beleidsuitwerking biedt duidelijke kaders, ontwerpprincipes en spelregels voor de toepassing van gestapelde bouw, zodat deze bouwvorm zorgvuldig wordt ingezet en goed aansluit op de schaal en identiteit van onze dorpen. Deze uitwerking dekt de toepassing van gestapelde bouw tot enkele bouwlagen (geen hoogbouw in stedelijke zin), passend bij de schaal van onze kernen. Het gaat om zorgvuldig ingepaste meerlaagse bebouwing die niet concurreert met beeldbepalende dorpsstructuren, zoals kerktorens of historische linten. Deze uitwerking zal worden meegenomen in de ruimtelijke ontwikkelkaart die in 2026 integraal zal worden opgesteld. Beschrijving: Om de woningbouwopgave binnen de kernen efficiënt te realiseren, zetten we in op gestapelde bouw als waardevolle aanvulling op grondgebonden woningen. Door beperkt meerlaagse bebouwing toe te passen, kan het woningaanbod worden verbreed, kunnen starters en senioren beter worden bediend en ontstaat meer variatie in woningtypen – zonder uitbreiding in het buitengebied. Deze beleidsuitwerking geeft richting aan: Waar gestapelde bouw mogelijk is en onder welke voorwaarden. Hoe gestapelde bouw ruimtelijk en architectonisch wordt ingepast in de bestaande omgeving. Welke ontwerpprincipes en kwaliteitscriteria gelden om de leefbaarheid te borgen. Hoe de toepassing van gestapelde bouw wordt gevolgd, gemonitord en bijgestuurd. De beleidsuitwerking vormt de basis voor nadere regels in het omgevingsplan en zorgt voor een voorspelbare, consistente aanpak bij toekomstige bouwplannen. Kader & Uitvoering: Beleidsuitwerking gestapelde bouw We ontwikkelen een beleidsuitwerking waarin: Regels en kaders voor maximale bouwhoogte, locatiekeuze en inpassing worden vastgelegd. Acties voor uitvoering en monitoring van hoogbouwprojecten worden benoemd. Waarborgen voor leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit worden opgenomen. I. Toegankelijke woonomgeving Doel: Het creëren van een woonomgeving waarin levensloopbestendige woningen goed bereikbaar en bruikbaar zijn voor alle bewoners, ook ouderen en mensen met een beperking. Beschrijving: We optimaliseren parkeervakken bij levensloopbestendige woningen en zorgen voor voetpaden die geschikt zijn voor rollators en rolstoelen. Dit gebeurt conform het Programma Mobiliteit 2025-2035 en de parkeernormen uit de Nota Parkeerbeleid. We houden hierbij aandacht voor klimaatadaptiviteit omdat juist kwetsbare groepen ook voldoende verkoeling moeten kunnen vinden tijdens hun wandelingen. Om hierin een goede balans te vinden, maken we een beleidsuitwerking die laat zien hoe dit er uit ziet. Het resultaat is een toegankelijke, veilige en sociale woonomgeving waar zelfstandig wonen wordt ondersteund. Uitvoering vindt plaats onder de programma’s GGS en Mobiliteit. Kader & Uitvoering: Samenwerking met mobiliteitsprogramma en programma GGS: Afstemming met het Programma Mobiliteit 2025-2035 voor consistente toegankelijkheid in hele kernen. Opstellen integrale beleidsuitwerking toegankelijkheid en klimaatadaptiviteit. De resultaten nemen we op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte. Regelmatige evaluatie van gerealiseerde infrastructuur en benodigde verbeteringen. J. Veilige thuissituatie bevorderen Doel: Het creëren van een fysieke woonomgeving die bijdraagt aan de veiligheid van bewoners, zodat zelfstandig wonen voor kwetsbare groepen wordt ondersteund. Beschrijving: We investeren in een woonomgeving waarin veiligheid in en rond de woning centraal staat. Dit omvat goede openbare verlichting, veilige woningontsluiting, aandacht voor sociale veiligheid en actieve samenwerking met partners zoals politie, welzijnsorganisaties en buurtpreventie. Kader & Uitvoering: Verlichting en openbare ruimte: Plaatsen van voldoende straatverlichting, met aandacht voor donkere hoeken en kwetsbare plekken. Veilige woningontsluiting: Toegankelijke en overzichtelijke in- en uitgangen bij woningen en appartementen. Gebruik van helder zichtlijnen en vermijden van afgesloten hoekjes waar toezicht ontbreekt. Beleidsregels: We maken beleid maken over openbare verlichting. K. Wonen in een groene omgeving stimuleren Doel: Het bevorderen van een groene en klimaatadaptieve woonomgeving die bijdraagt aan gezondheid, welzijn, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Beschrijving: We zorgen dat groen altijd binnen loopafstand is. We stimuleren dit met o.a. groene binnentuinen, gevelgroen, boomrijke straten en natuur inclusief bouwen. Elke woning moet toegang hebben tot kwalitatief openbaar groen binnen loopafstand. Groen verlaagt hittestress, vergroot wateropvang en nodigt uit tot ontmoeting. Kader & Uitvoering: Verdere uitwerking vindt plaats in het programma Groene Gezonde Structuren. L. Onderzoek naar hittegevoelige locaties Doel: Inzicht krijgen in hittegevoelige plekken om bewoners en gebouwen te beschermen. Beschrijving: We onderzoeken waar hittestress het grootst is, vooral bij scholen, zorginstellingen en seniorencomplexen. Op basis daarvan nemen we gerichte maatregelen zoals extra groen, schaduw of ventilatie. Kader & Uitvoering: Verdere uitwerking vindt plaats in het programma Groene Gezonde Structuren. M. Inrichtingsprincipes voor hittebestendige nieuwbouw Doel: Het vergroten van het wooncomfort en de klimaatbestendigheid van nieuwe woningen door het stimuleren van ontwerpkeuzes die hittestress beperken. Beschrijving: Bij nieuwbouwprojecten moedigen we het toepassen van hittebestendige ontwerpprincipes aan. Deze principes helpen hittestress te verminderen en dragen bij aan een prettig leefklimaat voor bewoners, nu en in de toekomst. Het gaat onder meer om het creëren van schaduwrijke plekken, groen in en om gebouwen (zoals groene daken en gevels), natuurlijke ventilatie, lichte bouwmaterialen, buitenzonwering en een doordachte oriëntatie van woningen en ramen. Deze principes worden aangeboden als praktische en toepasbare handreikingen voor initiatiefnemers en ontwikkelaars. Ze ondersteunen bij het maken van klimaatbestendige ontwerpkeuzes en dragen bij aan een toekomstbestendig woon- en leefklimaat. Projecten die deze principes serieus meenemen, sluiten beter aan bij de duurzaamheidsdoelen van de gemeente en kunnen daardoor een positieve bijdrage leveren aan de afweging die bij ruimtelijke plannen wordt gemaakt. De handreikingen worden tevens geïntegreerd in de bredere communicatiecampagne duurzaamheid, zodat zowel professionals als inwoners bewust worden van het belang van hittebestendig bouwen. Kader & Uitvoering: Om initiatiefnemers te ondersteunen bij hittebestendig ontwerpen hanteren we de volgende adviesrichtingen: Zon- en warmteregulering: we adviseren het toepassen van zonwerende maatregelen, zoals externe zonwering, zonwerend glas of andere effectieve vormen van schaduwwerking. Gebouwontwerp en isolatie: stimuleer een goede warmte/koude-balans in het ontwerp, zodat warmte niet onnodig wordt vastgehouden. Bebouwing dient uiteraard te voldoen aan de wettelijke eisen, waaronder de TOjuli-norm binnen de BENG-systematiek. Aandacht voor kwetsbare groepen: bij projecten waar een groot aandeel kwetsbare bewoners wordt verwacht, raden we aan extra aandacht te besteden aan schaduwvoorzieningen, verkoelende buitenruimtes en maatregelen die oververhitting beperken. Aanbevelingen voor ruimtelijke inrichting: in ruimtelijke plannen kunnen initiatiefnemers rekening houden met: het gebruik van materialen met een hoge albedowaarde; oriëntatie die natuurlijke ventilatie en windcorridors bevordert; een zorgvuldige positionering en omvang van glasoppervlakken, met name aan de zuidzijde, of aanvullende schaduwwerking waar nodig; inzichtelijk maken van de effecten van de ontwikkeling op hittestress, met als streven dat de situatie in de omgeving niet verslechtert. Aansluiting bij andere gemeentelijke programma’s: deze adviezen sluiten aan bij het programma GGS, waarin onder meer aandacht is voor schaduwwerking op langzaam verkeerroutes, afstand tot koelteplekken en het aandeel groen in wijken. N. Bewoners informeren over verkoeling en airco-gebruik Doel: Bewoners bewust maken van maatregelen om woningen koel te houden en het verantwoord gebruik van airconditioning te stimuleren. Beschrijving: We ontwikkelen communicatiemateriaal waarmee bewoners praktische tips krijgen om hun woning koel te houden tijdens hete periodes. Dit omvat: het sluiten van gordijnen, slim ventileren, gebruik van buitenzonwering, isolatiemaatregelen en het verantwoord gebruik van airco’s. Kader & Uitvoering: Om dit doel te bereiken, werken we aan de volgende concrete acties en kaders: Ontwikkelen van communicatiemateriaal: Flyers, digitale nieuwsbrieven en korte video’s met praktische tips over woningverkoeling. Informatie over verantwoord gebruik van airco’s, inclusief energiebesparing en milieueffecten.

Rechtspraak bij dit artikel