1. De grondroerder moet de werknemers volledig instrueren over de in het VG&M-plan (zie ook artikel 5.4 en 5.4.1) voorgeschreven (beschermings-)maatregelen bij het werken in of nabij een verontreinigde grondlocatie. De grondroerder zorgt ervoor dat de voorgeschreven (beschermings-) maatregelen worden nageleefd.
2. Als er tijdens werkzaamheden het vermoeden bestaat dat mogelijk verontreinigde grond aanwezig is, moeten de werkzaamheden direct tot nader order worden gestaakt. Hiervan moet per omgaande melding gemaakt worden bij de specialist of toezichthouder van de gemeente.
3. De grondroerder moet de vereiste (wettelijke) procedures voor ontgraven en hergebruik van grond volgen. Als de ontgraven grond niet hergebruikt mag worden, moet deze door de grondroerder naar een erkend en gecertificeerd verwerkingsbedrijf worden gebracht. Een afschrift of een digitale versie van de correspondentie met betrokken instanties of de acceptatie- of stortbonnen van het verwerkingsbedrijf moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan moet op verzoek overhandigd of getoond worden aan de specialist of toezichthouder.
4. De grondroerder zorgt dat de vervangende grond schoon en voor verwerking geschikt is conform alle gestelde (wettelijke) eisen. Een afschrift of een digitale versie van de leveringsbon moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan moet op verzoek overhandigd of getoond worden aan de specialist of toezichthouder
Hoofdstuk › Paragraaf 8.
Artikel 8.8
Werken in of met (voormalig) verontreinigde grond
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Midden-Drenthe