Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.3

Kinderrolstoelen

Onderdeel van Protocol zelfredzaamheid en participatie gemeente Beekdaelen 2019

Bij de verstrekking van kinderrolstoelen gelden enkele aandachtspunten. Kinderen die een zo beperkte arm- en/of handfunctie hebben dat zij aangewezen zijn op een elektrische rolstoel, zijn in het algemeen vanaf ongeveer hun vierde jaar in staat een elektrische rolstoel te bedienen. In de eerste jaren van hun leven zijn kinderen nog niet in staat om (zelfstandig) gebruik te maken van een elektrische en/ of handbewogen rolstoel. Tot dat moment zijn zij aangewezen op een: Buggy; een buggy die speciaal gemaakt of aangepast is om kinderen te vervoeren die niet in een gewone buggy vervoerd kunnen worden, kan voor verstrekking in het kader van de wet in aanmerking komen. Een buggy wordt echter als een algemeen gebruikelijk vervoermiddel beschouwd voor kinderen tot 4 jaar. Voor het verstrekken van een buggy zal zorgvuldig beoordeeld moeten worden of een standaardvoorziening niet adequaat is. Indien een kind ouder is (vanaf ± 4 jaar), is een buggy niet meer algemeen gebruikelijk en zal een buggy ook in de reguliere handel qua grootte veelal niet meer verkrijgbaar zijn. Aangepaste buggy’s zijn breder en groter dan de buggy’s voor kinderen zonder beperkingen. Buggy’s bieden relatief weinig ondersteuning en zijn dan ook bedoeld voor kinderen met een redelijke spierfunctie. Duwwandelwagen; er diverse soorten duwwandelwagens die in meer of mindere mate ondersteuning bieden. Deze zijn in principe algemeen gebruikelijk. Het ligt anders, indien de duwwandelwagen nodig is voor een ouder kind met een beperking (4 of 5 jaar). Een wandelwagen/buggy voor een kind van die leeftijd is immers niet meer algemeen gebruikelijk. Vanuit therapeutisch oogpunt is het belangrijk dat kinderen niet de hele dag in een rolstoel zitten, maar van tijd tot tijd rechtop kunnen staan en zich staand kunnen voortbewegen. Hiertoe zijn rolstoelen ontwikkeld, waar het zitgedeelte gecombineerd met een "stagedeelte". Op deze manier kan een kind met één en dezelfde rolstoel zowel zich staand als zittend voortbewegen. De financiering van deze rolstoelen is problematisch. Het "stagedeelte" van de rolstoel is therapeutisch bedoeld en komt niet voor tegemoetkoming via de Wmo in aanmerking. Vanuit de zorgverzekeraar wordt vaak wel de rolstoel met stagedeelte vergoedt, maar niet het zitgedeelte. Het is dan ook aan te bevelen in voorkomende gevallen met de betreffende zorgverzekeraar contact op te nemen om te bekijken of gezamenlijke financiering van een dergelijke combinatierolstoel mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel