**1..** Het college kan op aanvraag bij verkeersbesluit een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats bij een woonadres reserveren, als de aanvrager:
in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders;
volgens de basisregistratie personen is ingeschreven in Den Haag op het adres waarop de aanvraag betrekking heeft;
in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs; en
houder, huurder of gebruiker is van het motorvoertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
**2..** Als een aanvrager in Den Haag is komen te wonen en een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt, overlegt de aanvrager de beoordelingsgegevens als deze zijn afgegeven door de keurende instantie in zijn voormalige woonplaats, teneinde deze gegevens mee te nemen in de beoordeling voor het wel of niet toekennen van de gehandicaptenparkeerplaats.
**3..** Als een aanvrager in het bezit is van zowel een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders als voor passagiers, beoordeelt het college de aanvraag als een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurders.
**4..** De individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gereserveerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met een onderbord waarop ten hoogste een kenteken staat vermeld.
**5..** Bij de reservering van een individuele gehandicaptenparkeerplaats op een terrein dat geen eigendom van de gemeente is, maar wel openbaar toegankelijk, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein om de parkeerplaats te reserveren.
**6..** Het college kan het verkeersbesluit, waarbij een individuele gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd, intrekken, als degene ten behoeve van wie de parkeerplaats is gereserveerd:
**7..** is overleden;
**8..** niet langer voldoet aan de gestelde voorwaarden; of
**9..** in strijd handelt met de aan het gebruik van de parkeerplaats gestelde voorschriften.
**10..** Het college kan het verkeersbesluit weigeren als binnen een periode van een jaar direct voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag een eerder voor de aanvrager aangelegde parkeerplaats is opgeheven krachtens het zesde lid, onder c.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen - algemeen
Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026