**1..** Bij de aanvraag overlegt de aanvrager het door het college vastgestelde, digitale, aanvraagformulier.
**2..** Het college besluit een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren als uit het geneeskundig onderzoek, als genoemd in artikel 3.2.4, blijkt dat de aanvrager met of zonder hulpmiddelen ten hoogste 50 meter kan afleggen.
**3..** In afwijking van het tweede lid kan het college een gehandicaptenparkeerplaats reserveren, als sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden of aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen. De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring van een specialist of een advies van de Wmo- of zorgconsulent. De door het college aangewezen keuringsinstantie/ keuringsarts adviseert het college over de verklaring en de toepasselijkheid van de sociaal-medische gronden.
**4..** Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of kan beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein, ongeacht of er een (ander) voertuig van de POET gebruik kan maken, met dien verstande dat de POET zich niet verder van de voordeur van de woning van de aanvrager bevindt dan de ten hoogste in het geneeskundige onderzoek vastgestelde loopafstand van 50 meter
**5..** Het college voert voor de beoordeling van de aanvraag een verkeerstechnisch onderzoek uit, zoals beschreven in artikel 3.2.5.
**6..** Indien de aanvrager ook in het bezit is van een gehandicaptenvergunning dan is het kenteken van deze vergunning gelijk aan het kenteken dat hoort bij de individuele gehandicaptenparkeerplaats.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Individuele gehandicaptenparkeerplaats - ten behoeve van bestuurders
Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026