Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Bewonersvergunning

Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026

1.. Het college kan een bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die: in een vergunninggebied woont; houder of berijder van een motorvoertuig is; niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein kan beschikken; niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bewonersvergunning wordt verleend, blijkende uit: een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt; de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het college ten hoogste één bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die berijder van een motorvoertuig is, dat niet door een autodeelorganisatie wordt aangeboden, op basis van de door de gemeente voorgeschreven schriftelijke ‘Berijdersverklaring/autodeelverklaring’ (particulieren), en het motorvoertuig deelt met een persoon die woont in een ander vergunninggebied of in een gemeente direct grenzend aan Den Haag. 3.. Het college draagt op verzoek een parkeervergunning over aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, als die volgens de BRP, het PROBAS en/of het KMAR op hetzelfde adres staat ingeschreven en het verzoek binnen drie maanden na het overlijden is ingediend. 4.. Onverminderd artikel 4.6 en 4.7 verleent het college per adres ten hoogste drie vergunningen. 5.. Het aantal parkeergelegenheden op eigen terrein waarover de aanvrager kan beschikken, wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen. 6.. Onverminderd artikel 4.6 en 4.7 kan een tweede of derde bewonersvergunning worden verleend als: op het adres van de aanvrager al een eerste, respectievelijk tweede, bewonersvergunning is verleend; de aanvrager niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein voor het tweede, respectievelijk derde, motorvoertuig kan beschikken; of de aanvrager over een solitaire parkeergelegenheid op eigen terrein voor het eerste, respectievelijk tweede, motorvoertuig kan beschikken, voor zover het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd binnen de wijken Vogelwijk, Westbroekpark en Duttendel of binnen de buurt Duinzigt is gelegen. 7.. Het aantal verleende gehandicaptenvergunningen wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen. 8.. De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de vergunninghouder woont.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel