Hulp bij het huishouden bestaat uit het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden. De aanvrager kan dit niet meer zelf door een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem. Dit leidt of dreigt te leiden tot het niet meer kunnen doen van het huishouden. Het gaat hierbij om het huishouden van de persoon of van de leefeenheid waartoe de persoon behoort.
Om dit objectief te bekijken en zo het aantal uren/minuten te kunnen vaststellen dat nodig is om het huis schoon en leefbaar te houden, wordt gebruik gemaakt van het meest recente versie Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van Bureau HHM. Het doel van dit Normenkader is het bieden van een duidelijk en objectief normenkader dat de rechtszekerheid van inwoners vergroot en de individuele dienstverlening verbetert. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een kader, waarbij indien nodig alle basisactiviteiten kunnen worden geïndiceerd. Deze worden samen met inwoner in kaart gebracht in een ondersteuningsplan. Van de normen wordt afgeweken als de situatie van de inwoner hier aanleiding toe geeft. Uitgangspunt is dat de hulpvraag centraal staat, rekening houdend met onder andere de gezondheids- en leefsituatie. Het gaat te allen tijde om het leveren van maatwerk.
Bij het indiceren wordt er altijd op 5 minuten naar boven afgerond.
Soorten hulp bij het huishouden
In Uithoorn bestaan er 2 typen hulp bij het huishouden:
Hulp bij het huishouden 1 (Hbh1); ondersteuning op het gebied van het verzorgen van het huishouden. Uitgangspunt is dat de cliënt zelf in staat is tot regie en planning van de werkzaamheden.
Hulp bij het huishouden 2 (Hbh2); ondersteuning op het gebied van het verzorgen van het huishouden waarbij ook de regiefunctie moet worden overgenomen. Hbh2 wordt ingezet als de cliënt niet tot regie en planning van de werkzaamheden in het huishouden in staat is en de werkzaamheden ook niet kan uitvoeren.
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden. Dit betekent dat als iemand zelf zijn huishouden niet meer kan doen, dat zijn huisgenoten dit verondersteld worden over te nemen (gebruikelijke hulp). Het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd, horen hierbij. De woning aanpassen zodat het schoonmaken makkelijker gaat, is de verantwoordelijkheid van de leefeenheid.
Een schoon en leefbaar huis
De cliënt moet gebruik kunnen maken van een aantal woonruimten zoals een woonkamer, slaapkamer of een ruimte die als slaapkamer wordt gebruikt, keuken, sanitaire ruimtes (maximaal 1 badkamer en maximaal 2 toiletten) en bijbehorende hal/trap/overloop. Dit zijn de primaire leefruimten in het huis die de cliënt daadwerkelijk en regelmatig (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) gebruikt.
Het betreft alleen de “binnenkant” van het huis. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen en ramen zemen aan de buitenkant vallen hier niet onder.
Wasverzorging
Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger.
De ondersteuning bestaat uit het wassen en indien nodig strijken. Het strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak (bijvoorbeeld vanwege een papieren huid of in verband met noodzaak hygiëne bij een verstoord immuunsysteem). Hierbij wordt gekeken of er sprake is van maatwerk.
Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden (wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken). Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden.
Bij het toekennen van wasverzorging wordt uitgegaan van de handelingstijd van de hulp en niet de doorlooptijd van de wasmachine.
Maaltijdvoorziening
In principe wordt geen maaltijdbereiding vanuit de indicatie voor hulp bij het huishouden toegekend. Als de inwoner hiervoor ondersteuning nodig heeft, kan hij gebruik maken van de aanwezige algemene voorzieningen in de gemeente. Alleen als het sociaal netwerk en algemeen en voorliggende voorzieningen geen oplossing bieden, kan worden overwogen om vanuit de indicatie voor Hulp bij het huishouden hier tijd voor te indiceren. Bij eventuele diëten worden alleen medisch noodzakelijke diëten als uitgangspunt genomen. Om te bepalen of er sprake is van geneeskundige zorg, kan samenwerking worden gezocht met de wijkverpleegkundige.
Bij de maaltijdvoorziening zijn 3 handelingen te onderscheiden:
Bereiden van de maaltijd; bijvoorbeeld 2 keer per dag brood klaarmaken en 1 keer per dag een (magnetron-)maaltijd klaarmaken/opwarmen;
Klaarzetten van de maaltijd zodat de zorgvrager kan gaan eten;
Aansporen van de zorgvrager en deze eraan herinneren dat hij moet eten;
Boodschappen doen
Op grond van de indicatie kan de hulp de boodschappenlijst samenstellen. Het doen van de boodschappen valt niet onder de indicatie, als dit voorliggend opgelost kan worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.1
Hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2026