Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1.2

Dagbesteding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2026

Dagbesteding is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid en het tegengaan van eenzaamheid van de cliënt óf het ontlasten van de mantelzorger. Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, verstandelijke en psychische mogelijkheden, die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Dagbesteding is: programmatisch (met een vast dag en/of weekprogramma); methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel; vraagt actieve betrokkenheid van de cliënt; gericht op het structureren van de dag, oefenen met vaardigheden, die de zelfredzaamheid bevorderen of zo lang mogelijk op peil houden. Er worden drie intensiteiten van dagbesteding onderscheiden: licht (stimuleren en toezicht), middel (helpen bij) en zwaar (overnemen en regie). Het in te zetten niveau van dagbesteding wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van de zelfredzaamheidsmatrix, zoals die in het onderzoek is gebruikt om de ondersteuningsbehoefte integraal en levensbreed in kaart te brengen. Als er geen voorliggende oplossingen zijn (hobby’s, werk, scholing, vrijwilligerswerk) of sociaal netwerk is, komt de cliënt in aanmerking voor een indicatie vervoer naar dagbesteding. Vervoer naar dagbesteding wordt uitgevoerd door, of is de verantwoordelijkheid van, de aanbieder van dagbesteding.

Rechtspraak bij dit artikel