Naar hoofdinhoud
1. De rechthebbende of belanghebbende die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk zes werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, uiterlijk om 12.00 uur schriftelijk (digitaal) kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag gelden niet als werkdag. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier (kinder)graf zal plaatsvinden, dient een verklaring van de rechthebbende te worden overlegd óf, indien deze is overleden, door één van de in artikel 18, tweede lid, bedoelde personen. 3. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving daarvan zo tijdig mogelijk worden gedaan. 4. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraven of een ander wettelijk daarmee gelijkgestelde document te worden overlegd. 5. Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven, dient behalve het in het vierde lid bedoelde verlof óf document, ook het in het derde lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel