1. Daadwerkelijke begraving of bijzetting van een asbus mag slechts geschieden, indien van tevoren respectievelijk het verlof tot begraven of de crematieverklaring is overlegd aan de beheerder.
2. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan, in afwijking van artikel 11 lid 2 en met inachtneming van de wettelijke grafrusttermijn, alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaar.