Naar hoofdinhoud
1. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 door de beheerder. 2. Tot de begraving of de bijzetting wordt alleen overgegaan nadat: a. De beheerder heeft geconstateerd dat aan de opgenomen vereisten is voldaan en hiervoor opdracht heeft verleend; - Bij begraving van een stoffelijk overschot, de identiteit van het stoffelijke overschot is vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene, dan wel de geslachtsnaam van het stilgeboren geboren kind bevat. 3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door medewerkers van de begraafplaats. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel