1. De rechthebbende of belanghebbende is verplicht het graf behoorlijk te onderhouden.
2. Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te (laten) herstellen, kan het bestuursorgaan de hiervoor in aanmerkingen komende voorwerpen, of zo nodig de gehele grafbedekking, doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende en vervalt daarna aan het bestuursorgaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht kan worden.
3. De verwijdering vindt niet eerder plaats, dan nadat de rechthebbende per brief is ingelicht (op het adres zoals bekend bij het bestuursorgaan), over de verwaarloosde toestand van de grafbedekking en er binnen de gestelde termijn geen actie is ondernomen door de rechthebbende. De oproeping geschiedt door een mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats indien het adres van de rechthebbende niet bekend is bij het bestuursorgaan. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
4. De in artikel 21 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende te zijn aangebracht. In verband met wortelopdruk is het niet toegestaan om op of bij het graf een boom of grote struik te planten.
6. Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbenden of belanghebbenden.
7. De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de – door welke omstandigheden dan ook – toegebrachte schade, op eerste aanschrijving - voor eigen rekening - te herstellen.
8. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument, kan het bestuursorgaan direct maatregelen treffen. De daarmee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de rechthebbende óf belanghebbende.
9. Beplanting en losse voorwerpen (zoals meubilair, vaasjes, kaarsjes), die zich buiten de afmetingen van het graf bevinden, worden van gemeentewege verwijderd.
10. Verwelkte bloemen, vergane kransen en andere ontsierende voorwerpen (zoals linten, siervazen en dergelijke voorwerpen), worden zonder voorafgaande mededeling aan de rechthebbende of belanghebbende van gemeentewege verwijderd.
11. In geval van ernstige verwaarlozing van een graf kan het bestuursorgaan besluiten om het grafrecht vervallen laten verklaren en het graf te laten ruimen. Dit is mogelijk, zodra het 10 jaar geleden is dat de laatste persoon in het graf is begraven.