Naar hoofdinhoud
1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving of een bijzetting geschiedt voor rekening en risico van de rechthebbende of de belanghebbende. De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een daartoe erkend bedrijf. Of door medewerkers van de begraafplaats. - Behoudens de gevallen genoemd in artikel 21, is voor het hebben van een grafbedekking een schriftelijke vergunning nodig van het college. - De rechthebbende van een particulier (kinder)graf vraagt de vergunning voor een grafbedekking aan. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 2. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde toestemming weigeren indien: - Niet voldaan is aan de door haar vastgestelde regels conform “de algemene uitvoeringsregels grafbedekkingen”; - De grafbedekking afbreuk doet – ter beoordeling van de beheerder - aan het aanzien van de begraafplaats; - De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; - De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 3. Voor het hebben van een grafbedekking is geen vergunning nodig als bedoeld in het eerste lid, indien: - bij een particulier (kinder)graf de grafbedekking bestaat uit: - bij een particulier graf de grafbedekking bestaat uit een staand monument waarvan de hoogte niet meer dan 90 cm bedraagt en die de breedte de grafmaat niet overschrijdt, al dan niet in combinatie met een omranding, een set banden of een rand van blokken of stenen begrepen, die eveneens de grafmaat niet overschrijdt - bij een particulier urnengraf de grafbedekking bestaat uit een liggende steen die de grafmaat niet overschrijdt, dan wel een urnentegel waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 50 x 50 cm bedraagt en de dikte 2 cm is; - bij een particuliere urnennis de grafbedekking bestaat uit een urnentegel waarvan de lengte- en breedte maat niet meer dan 30 x 49 cm bedraagt en de dikte 2 cm is; - op een graf uitsluitend beplanting aanwezig is. In verband met wortelopdruk is het niet toegestaan om op of bij het graf een boom of grote struik te planten. 4. Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen, dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting of voorwerpen door het bestuursorgaan – op kosten van het bestuursorgaan – tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel