Bij opname in een inrichting kan bijzondere bijstand voor de vaste lasten van de aan te houden woning verstrekt worden als het plan is om binnen één jaar terug te keren naar de woning en er geen andere meerderjarige het hoofverblijf heeft in de woning.
De bijzondere bijstand wordt als uitgangspunt toegekend voor maximaal negen maanden en gaat niet eerder in dan drie maanden na de dag dat iemand is opgenomen. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden kan deze periode verlengd worden.
De bijzondere bijstand wordt in ieder geval beëindigd als de woonplaats van de aanvrager wijzigt.
Ten aanzien van lid 1 wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 9 van deze beleidsregel, het vermogen dat meer is dan 50% van de bedragen als genoemd in artikel 34, derde lid van de wet volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
Bij verblijf in detentie in Nederland kan er bijzondere bijstand voor de vaste lasten van de aan te houden woning verstrekt worden wanneer de gedetineerde naar verwachting binnen zes maanden terugkeert naar zijn woning. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk voor zover belanghebbende niet zelf in staat is om in deze kosten te voorzien.
Ten aanzien van lid 5 geldt dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 en 9 van deze beleidsregels, alle middelen als draagkracht in aanmerking worden genomen.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Doorbetaling vaste lasten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026