Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 27

Uitvaartkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026

De kosten van een uitvaart behoren niet tot de kosten van de overledene, maar komen ten laste van de nalatenschap. Is de nalatenschap niet toereikend, dan kunnen de erfgenamen, ieder voor hun eigen aandeel, bijzondere bijstand aanvragen. Er kan niet meer bijstand worden verstrekt dan het verplichte aandeel van de erfgenaam in de totale kosten. Als er sprake is van een nalatenschap waar de aanvrager ten tijde dat de factuur betaald moet worden, nog niet over kan beschikken, kan het college bijzondere bijstand verstrekken ter overbrugging van die periode. Dit betekent dat de bijstand, zodra de aanvrager alsnog de beschikking krijgt over de nalatenschap, teruggevorderd zal worden. Recht op bijzondere bijstand voor uitvaartkosten bestaat als: gebleken is dat de erflater geen (dekkende) uitvaartverzekering heeft afgesloten of anderszins een voorziening heeft getroffen; de nalatenschap niet toereikend is voor de betaling van de uitvaartkosten; de aanvrager erfgenaam is of als onderhoudsplichtige op grond van de Wet op de lijkbezorging is aangesproken; de draagkracht van de aanvrager niet voldoende is voor de betaling van zijn aandeel in de uitvaartkosten (waarbij de vrijlating van het vermogen als bepaald in artikel 9 van deze beleidsregels niet van toepassing is); de aanvrager de erfenis niet heeft verworpen; en de noodzakelijke kosten niet hoger zijn dan de uitvaartkosten als genoemd in de prijslijst van het Nibud.

Rechtspraak bij dit artikel