Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor legeskosten verbonden aan het voor de eerste keer aanvragen van een verblijfsvergunning. Om recht te hebben op (bijzondere) bijstand moet de belanghebbende Nederlander of een aan een Nederlander gelijkgestelde zijn (artikel 11 Participatiewet). Dit geldt ook voor minderjarige kinderen. Voor de kosten verbonden aan het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning is eveneens geen bijzondere bijstand mogelijk.
De (leges en reis)kosten van naturalisatie zijn geen noodzakelijke kosten in de zin van de bijzondere bijstand. Voor iemand die een verblijfsvergunning heeft is het niet noodzakelijk om de Nederlandse nationaliteit te verwerven om zijn verblijfsrecht of bestaanszekerheid te garanderen. Voor deze kosten wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Hoofdstuk 8
Artikel 26
Verblijfsvergunning en naturalisatie
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026