Bijzondere bijstand wordt als uitgangspunt om niet verstrekt.
In afwijking van het eerste lid wordt de bijstand in de vorm van een geldlening verstrekt indien:
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de aanvrager op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak van bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
het een betaling van de waarborgsom betreft;
het de betaling van schulden betreft;
het een betaling voor duurzame gebruiksgoederen betreft.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Vorm van de bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026