Als de bijzondere bijstand als geldlening is verstrekt, bedraagt de aflossing 5 procent van de toepasselijke bijstandsnorm bij een bijstandsuitkering of inkomen gelijk aan het sociaal minimum. Is het inkomen hoger dan het sociaal minimum dan wordt de aflossing vastgesteld op 5 procent van het totale inkomen.
De hoogte van een eenmaal vastgesteld maandelijks aflossingsbedrag wijzigt bij inkomenswijzigingen en wijzigingen in de leefomstandigheden, waardoor de aanvrager gaat behoren tot een andere categorie, zoals bedoeld in de paragrafen 3.2 en 3.3 van de wet.
De duur van de aflossing is 60 maanden als de reden van de geldlening is gebaseerd op tekortschietend besef van verantwoordelijkheid of als er bijstand is verstrekt voor schulden. Als de bijzondere bijstand om een andere reden als geldlening is verstrekt, geldt er een aflossingstermijn van maximaal 36 maanden.
Indien de bijzondere omstandigheden van de aanvrager daartoe aanleiding geven, zal de hoogte van de maandelijkse aflossing en de duur van de aflossing verder worden afgestemd op de specifieke omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de aanvrager.
Als er correct is voldaan aan de aflossingsverplichting als genoemd in het derde lid en de geldlening niet volledig is voldaan, dan wordt het restant omgezet in bijstand om niet.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Aflossing van de geldlening
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026