**1..** De vergunninghouder voor een vaste standplaats houdt zich aan de afspraken die zijn gemaakt bij de vergunningsaanvraag.
**2..** De vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in.
**3..** De vergunninghouder kan een schriftelijke aanvraag bij het college indienen om de afspraken omtrent persoonlijke aanwezigheid aan te passen.
**4..** In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger.
**5..** Een schriftelijke aanvraag daartoe vermeldt de verwachte duur van de afwezigheid van de
**2..** vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. Het college behoudt zich het recht voor om, naar eigen inzicht en bij veronderstelde excessen, een reden van afwezigheid op te vragen.
**6..** De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
**7..** Indien de vergunninghouder afwezig is volgens de in de vergunning opgenomen afspraken, dan geldt dit altijd voor een halve marktdag, zoals opgenomen in het inrichtingsplan/en of het instellingsbesluit van de markt(en).
**8..** De vergunninghouder meldt schriftelijk bij de marktmeesters welk dagdeel het betreft. De
**3..** vergunninghouder mag dit eens per twaalf maanden langdurig veranderen, door dit schriftelijk aan te geven.
**9..** Bij kortdurende veranderingen van het moment van afwezigheid, wordt zoals benoemd in artikel 16 lid 4 van deze verordening, een schriftelijke aanvraag ingediend.
**10..** Een schriftelijke aanvraag dient te allen tijde minimaal twee werkdagen van te voren te worden ingediend. Indien de vergunninghouder door overmacht niet aanwezig kan zijn, dan wordt dit zowel telefonisch als schriftelijk gemeld bij de dienstdoende marktmeester.