Documentnummer D-084372 / Z-22-178145
Aangewezen gevallen – als bedoeld in artikel 4.21 Omgevingsbesluit – van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij de gemeenteraad adviesrecht heeft en haar instemming benodigd is (Bindend advies).
Beslissingen op aanvragen voor omgevingsvergunningen betrekking hebbende op onderstaande (buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten dienen te worden voorzien van een advies van de gemeenteraad. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen.
Met deze lijst worden nieuwe gevallen aangewezen door de gemeenteraad. Hierbij worden enkele oude gevallen naar analogie omgezet. De lijst van categorieën van gevallen waarin de gemeenteraad heeft aangegeven dat geen ‘Verklaring van geen bedenking’ benodigd is, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 februari 2015, INT-44-14647 (Gemeenteblad 2015 nr. 14579), komt onder de nieuwe regels te vervallen.
Voor niet-aangewezen gevallen geldt het adviesrecht niet, ingevolge artikel 16.15a lid b. onder 1 Omgevingswet
In alle andere gevallen is participatie niet verplicht voor initiatiefnemers. Wel wordt bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning gevraagd of en op welke wijze participatie is gedaan. Het goed doorlopen van een participatieproces helpt initiatiefnemer in het sneller doorlopen van het vergunningsproces.
Is de gemeente initiatiefnemer van nieuw beleid, project of programma, dan is participatie altijd verplicht in het kader van de wet versterking participatie op decentraal niveau.
| Categorie | Buitenplanse omgevingsplanactiviteit |
| A | Projecten ten behoeve van de realisatie van > 75 woningen (wooneenheden), welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument, met dien verstande dat: voor het huidige plangebied van Wijk aan Zee een drempel wordt gehanteerd vanaf 2 woningen (wooneenheden) t/m 2029 of zoveel eerder bij vaststelling van het omgevingsplan (voor dit gebied). Projecten in de vorm van (hoofdzakelijk) functiewijzigingen van bestaande panden worden hier uitgezonderd. voor het huidige plangebied van Binnenduin de drempel wordt bepaald door de vraag of het bouwplan leidt tot een noodzakelijke aanpassing / structurele herziening van het (huidige) exploitatieplan. Is dit het geval, dan is adviesrecht van de raad van toepassing t/m 2029 of zoveel eerder bij vaststelling van het omgevingsplan (voor dit gebied). |
| B | Projecten ten behoeve van het realiseren van > 5000m2 bvo aan kantoorruimte, dienstverlening, bedrijfsruimte, horeca, commerciële ruimten, maatschappelijke, culturele, medische, sport- en recreatieve voorzieningen of een combinatie daarvan, welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument. |
| C | Projecten ten behoeve van de nieuwe vestiging, verplaatsing of verzwaring van bestaande bedrijven/industrie betreffende milieucategorie 5.1 (of hoger), welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument. |
| D | Projecten ten behoeve van de nieuwe vestiging, verplaatsing of verzwaring van bestaande bedrijven/industrie betreffende milieucategorie 5.1 (of hoger), welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument. |
| E | Projecten ten behoeve van de nieuwe vestiging, verplaatsing of verzwaring van bestaande bedrijven/industrie betreffende milieucategorie 5.1 (of hoger), welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument. |
| F | Projecten met ingrijpende aanpassingen van Rijkswegen en/of Provinciale wegen en/of lokale doorgaand verkeerroutes en/of directe aansluitingen daarop, welk project niet volgt uit een eerder door de raad vastgestelde visie of beleidsdocument. |
| G | Projecten met een concrete risicoanalyse dat het verlenen van een omgevingsvergunning kan leiden tot de noodzaak van het vergoeden van nadeelcompensatie (planschade) > € 25.000, - boven het normaal maatschappelijk risico (ongeacht een overeengekomen planschadeverhaalovereenkomst met de ontwikkelaar) |