In artikel 20 lid 2 onder b van de BBV wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch dan wel investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien zij verhandelbaar zijn of indien ze bijdragen aan het genereren van middelen. Een voorbeeld hiervan is een parkeergarage.
Investeringen met een maatschappelijk nut zijn activa die geen economisch, maar uitsluitend een maatschappelijk nut hebben. Voorbeelden van dergelijke activa zijn wegen, rotondes, pleinen, bruggen, speelvoorzieningen en openbaar groen. Deze voorzieningen dienen duidelijk een maatschappelijk nut, maar ze genereren geen middelen en er is geen markt voor.
In het BBV is bepaald dat alle investeringen geactiveerd moeten worden. In afwijking hiervan mogen kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd worden. Het gaat hier bijvoorbeeld om schilderijen van beroemde schilders in eigendom van de gemeenten.
Dit betekent het volgende uitgangspunt:
Alle investeringen worden geactiveerd met uitzondering van kunstwerken van cultuurhistorische waarde.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Onderscheid economisch en maatschappelijk nut
Onderdeel van Nota waardering en afschrijving gemeente Kampen