Diverse ontwikkelingen hebben gevolgen voor de VTH-taken. Er is een toenemende aandacht voor milieuthema's zoals de stikstofproblematiek, milieucriminaliteit en drugsafval, indirecte lozingen, Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. Daarnaast is de maatschappij aan verandering onderhevig; onze inwoners verwachten steeds meer transparantie in besluitvorming, én voelen zich steeds meer betrokken bij de omgeving en nemen een actieve houding aan. De grootste ontwikkeling met invloed op het werk van OD Drenthe is de in 2024 in werking getreden Omgevingswet. Het gaat voor deze U&H-strategie milieu te ver om ieder van deze ontwikkelingen en de impact op de VTH-taken te beschrijven.
Omgevingswet
Onder de Omgevingswet zijn de wet- en regelgeving en beleidskaders voor milieu ondergebracht in diverse nieuwe instrumenten. Thematische wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld bodem, geluid en lucht is in de Omgevingswet gebundeld en gewijzigd. De provincie Drenthe heeft een Omgevingsvisie en omgevingsverordening en de gemeenten een Omgevingsvisie en omgevingsplan. Onderdelen van het milieubeleid kunnen in specifieke omgevingsprogramma’s worden uitgewerkt. In deze documenten bepalen de provincie en gemeenten de regels en de normen waaraan de activiteiten op hun grondgebied dienen te voldoen. Deze vormen dus het toetsingskader. Voorliggende U&H-strategie milieu bevat geen (inhoudelijke) toetsingskaders. De strategie heeft betrekking op de wijze en intensiteit waarmee de toetsingskaders bij de beoordeling van adviesverzoeken, aanvragen en meldingen én in het toezicht worden meegenomen.
Voor een efficiënte taakuitvoering is OD Drenthe gebaat bij uniformiteit van regels en normen. Een belangrijk deel van de decentrale regels en normen wordt gesteld in het omgevingsplan en onderliggende omgevingsprogramma’s. Beide vormen een belangrijk toetsingskader voor OD Drenthe. Door OD Drenthe en deelnemers wordt gewerkt aan een blauwdruk voor de regels ten aanzien van milieu in het omgevingsplan. Met deze blauwdruk wordt getracht de kwaliteit van de lokale leefomgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Door in het omgevingsplan of -programma normen op te nemen, hoeven deze niet bij ieder besluit op een aanvraag gespecificeerd en onderbouwd te worden.
Als gevolg van het overgangsrecht blijft in een aantal situaties de oude wetgeving en beleid voorlopig gelden. Dit betreft onder meer de Wet bodembescherming en bodembeleidsdocumenten voor situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn benoemd. Maar ook de huidige hoofdelementen van het gemeentelijk beleid blijven van kracht. Hierbij moet gedacht worden aan een milieubeleidsplan, een verkeers- en vervoersplan en de gemeentelijke structuurvisie. De doelstellingen die hierin opgenomen staan, verschillen per bevoegd gezag. Er worden ook andere instrumenten ingezet (dan VTH) om deze doelstellingen te realiseren. Met de U&H-strategie milieu wordt voor de taken die OD Drenthe uitvoert getracht zo veel mogelijk aan te sluiten bij deze beleidsdoelen.
De Omgevingswet bevat een voorzorgsbeginsel en een algemene en specifieke zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. De komende periode moet duidelijk maken hoe invulling kan worden gegeven aan de zorgplicht.
Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn minder regels en meer ruimte voor initiatieven in het fysieke domein, vertrouwen (maar waar nodig ook doeltreffend en harder optreden), meer eigen verantwoordelijkheid met zorgplicht en een evenwichtige ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving. Daarin moet meer opgavegericht gewerkt gaan worden: afwegingen zijn per situatie nodig van ruimtelijke en bedrijfsontwikkelingen in relatie tot de feitelijk lokale omgevings- en levenskwaliteit.
De impact van de Omgevingswet op OD Drenthe is groot. In een impactanalyse zijn eind 2023 de onderwerpen benoemd die de grootste impact hebben. Op basis daarvan heeft het AB van OD Drenthe tijdelijke uitvoeringskeuzes gemaakt; daar waar krapte in de uitvoeringscapaciteit ontstaat wordt sindsdien met een prioriteitsvolgorde gewerkt. Deze prioriteiten zijn daarbij grotendeels gebaseerd op een inschatting van de risico’s. De eerste ervaringen daarmee zijn gebruikt om in voorliggende U&H-strategie milieu keuzes voor de komende periode te maken. Het monitoren en indien nodig bijstellen hiervan blijft nodig, met name door de nog maar beperkte periode dat de Omgevingswet wordt uitgevoerd.