Deze paragraaf benoemt de bestuurlijke uitgangspunten die gehanteerd worden bij de VTH-taken. De colleges van gemeenten en de provincie hebben onderstaande uitgangspunten ook een plek gegeven in hun Omgevingsvisie, college-akkoorden en/of U&H-strategieën voor de VTH-taken die binnen de eigen organisatie worden uitgevoerd. Met voorliggende U&H-strategie milieu wordt daar zoveel mogelijk op aangesloten om de belangen van de inwoners, natuur en milieu te behartigen.
Afstemmen op bestuurlijke ambities
In omgevingsvisies en milieubeleid van de deelnemers zijn diverse bestuurlijke uitgangspunten benoemd. De inzet van het VTH-instrumentarium levert een bijdrage aan inhoudelijke prioriteiten in het gemeentelijke en het provinciale beleid. Uit een analyse van de huidige beleidskaders van de deelnemers komen de volgende inhoudelijke prioriteiten voor de taken van OD Drenthe, die door een groot deel (en soms door alle) van de colleges van B&W en GS in hun beleid zijn opgenomen:
- Een veilige fysieke leefomgeving waarin de risico’s en mate van hinder op een aanvaardbaar niveau liggen;
- Bedrijven opereren veilig, duurzaam en schoon;
- Energietransitie wordt ondersteund. De ambities uit de Regionale Energiestrategie (RES) worden gerealiseerd. Bijzondere aandacht is er voor inzet van duurzame warmte;
- Verbetering van de luchtkwaliteit (Schone Lucht Akkoord) door het nemen van bronmaatregelen, zodat emissies van fijnstof, ammoniak en stikstofoxiden permanent afnemen;
- Uitstoot van stikstof, fosfaat en overige stoffen die schadelijk zijn voor kwetsbare natuurgebieden neemt af;
- Nieuwe verontreiniging van bodem en grondwater wordt zoveel mogelijk voorkomen, ontstane verontreinigingen in de bodem worden zoveel mogelijk ongedaan gemaakt; kwaliteit van bodem en water verslechtert niet;
- Sloop- en opruimwerkzaamheden van asbest vinden veilig plaats;
- Voormalige en nog in gebruik zijnde stortplaatsen worden goed beheerd, zodat geen nadelige gevolgen voor de omgeving ontstaan;
- Ondermijnende activiteiten zijn zoveel mogelijk in beeld en worden voorkomen.
Deze inhoudelijke prioriteiten krijgen in de voorliggende U&H-strategie milieu bijzondere aandacht. Dit kan door prioriteiten en U&H-doelstellingen hierop te baseren of deze bij de werkwijzen (strategie) te verdiepen.
Preventief werken
De werkwijze van OD Drenthe is bij voorkeur preventief. Deze werkwijze is gericht op het voorkomen van klachten, onvolledige aanvragen en overtreding van regels door onwetendheid. Door te investeren in het vroegtijdig signaleren van mogelijke knelpunten, kan een intensieve inzet in toezicht- en handhavingstrajecten vaak worden voorkomen. Er is dan sprake van spontane naleving. Bij vooroverleggen over initiatieven voor milieubelastende activiteiten staat OD Drenthe tezamen met het bevoegd gezag de initiatiefnemer ter zijde. OD Drenthe is een deskundige gesprekspartner.
OD Drenthe zet het VTH-instrumentarium zo gericht mogelijk in om te komen tot goed naleefgedrag. Bij de aanpak van sommige risico’s heeft voorlichting en gedragsbeïnvloeding meer effect dan toezicht en sanctioneren. Tevens kunnen hiermee kostbare en bestuurlijk ongewenste handhavingstrajecten worden voorkomen. Daarnaast gaat van herkenbaarheid en zichtbaarheid in het veld, bijvoorbeeld door geregeld op risicovolle locaties aanwezig te zijn, ook een preventieve werking uit (‘activiteiten worden gezien’). Door voortdurend te blijven evalueren met welke instrumenten het grootste effect kan worden gerealiseerd en werkwijzen daarop aan te passen, kan zo efficiënt mogelijk resultaat worden behaald.
De preventiestrategie is uitgewerkt in bijlage 1 en geldt voor alle taken die OD Drenthe uitvoert. Bij de specifieke strategieën voor locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen en bodem wordt vooral ingezet op gedragsbeïnvloeding door meer aandacht te hebben bij het toezicht voor doelgroepen met slecht naleefgedrag.
Risicogericht werken breed in de organisatie
OD Drenthe richt zich bij het uitvoeren van de taken op de grootste milieurisico's. Dit betekent dat de activiteiten met de grootste milieurisico's bij niet naleving de meeste aandacht krijgen. Door middel van steekproeven worden ook minder risicovolle activiteiten geselecteerd, zodat ook daar mogelijke ontwikkelingen en risico’s in beeld komen en/of bevestigd blijft dat risico’s beperkt zijn.
Om die risico's te kunnen inschatten worden jaarlijks risicoanalyses uitgevoerd. Op basis van de risico's wordt bepaald hoe diepgaand de inhoudelijke beoordeling van meldingen en (vergunning)aanvragen dient plaats te vinden door de vergunningverlener/specialisten en welke vorm van toezicht hier het beste bij past. Deze benadering stelt OD Drenthe met haar deelnemers in staat om onderbouwde keuzes te maken in het uitvoeringsniveau. In 2019 is gestart met het Risico Gericht Toezicht (RGT). De RGT-methodiek wordt met voorliggende U&H-strategie milieu verder verfijnd en breder toegepast. Resultaten van het RGT worden met voorliggende strategie ook gebruikt voor het bepalen van de inzet van specialisten. Door het Interbestuurlijk programma (IBP) Versterking VTH is het risicomodel van Omgevingsdienst de Vallei (OddV) als landelijk goed voorbeeld benoemd. Bij de doorontwikkeling van de RGT-methodiek maakt OD Drenthe zoveel mogelijk gebruik van het risicomodel dat landelijk ontwikkeld wordt.
Daarnaast wordt ook bij de beoordeling van adviesverzoeken, (vergunning)aanvragen, meldingen en milieuklachten risicogericht gewerkt. Hiervoor wordt door OD Drenthe nog gezocht naar een passend model, waarmee bij voorkeur zoveel mogelijk wordt aangesloten bij landelijke standaarden en de RGT-methodiek. Zo worden ook de specialisten intensiever betrokken bij die vergunning-, melding- en toezichtdossiers waar het milieurisico op hun specialisme het grootst is. Ook bij zorgwekkende stoffen en bodem is in voorliggende strategie (zie bijlage 2) het risicogericht werken verder doorgevoerd.
Door te investeren in risicogericht werken wordt een betere informatiepositie opgebouwd. De beschikbare capaciteit en middelen worden optimaal benut. Kortom, er wordt gedaan wat nodig en mogelijk is binnen de beschikbaar gestelde middelen.
Ook bij het opvoeren van gegevens in registraties werkt OD Drenthe risicogericht. Verplichte gegevens worden binnen de wettelijke termijnen geregistreerd. De niet verplichte gegevens van activiteiten met de hoogste risico’s worden als eerste gevuld. Gegevens van activiteiten met een laag risico worden alleen gevuld als mutaties in het dossier plaatsvinden, bijvoorbeeld bij ontvangst van een aanvraag of melding of toezicht op locatie.
Informatiegestuurd werken
Binnen OD Drenthe worden al enkele jaren stappen gezet in het informatiegestuurd werken. Informatiegestuurd werken is een continu proces waarmee op gerichte wijze ruwe data wordt verzameld, geregistreerd en geanalyseerd. De daaruit verkregen informatie en kennis wordt in besluitvormingsprocessen toegepast om de prestaties van de organisatie te verbeteren. Dit geldt zowel voor individuele dossiers als de monitoring en bijsturing van beleid en uitvoering.
Informatiegestuurd werken is nodig om bij te dragen aan het voorkomen en/of oplossen van (steeds complexer wordende) maatschappelijke vraagstukken op het gebied van veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Deze manier van werken helpt ook om de schaarse capaciteit van medewerkers en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten, waar deze het meest nodig zijn of waar het risico voor de leefomgeving het grootst is.
Verder ondersteunt deze werkwijze ook het uitvoeren van de VTH-taken onder de Omgevingswet.
Naast de informatie uit databases blijft de expertise en kennis van medewerkers en externe bronnen noodzakelijk om tot de juiste inzichten en keuzes te komen. De OD is een waardevolle kennispartner. De komende jaren ontwikkelt de OD de informatievoorziening (van interne en externe bronnen) verder om sturingsinformatie op inhoudelijk, financieel en procesmatig niveau te kunnen opleveren. Dit draagt bij aan een beter beeld van de risico’s en problematiek. Zo is bekend dat de modellen en berekeningen voor luchtkwaliteit in de provincie een onvolledig beeld geven, omdat diverse activiteiten niet geregistreerd worden. Het bepalen van de beleidskeuzen en daarmee het ingrijpen op basis van monitoringsresultaten is pas mogelijk als we een kwalitatief goed beeld van de problematiek hebben.
Door het samenbrengen van verschillende data, zoals financiën, prognose, realisatie en milieu-informatie kunnen werkzaamheden effectiever en efficiënter worden gepland en uitgevoerd. Ook kunnen opdrachtgevers als input voor het omgevingsplan of toepasbare regels gebruik maken van analyses van milieudata.
Door innovaties en het slim inzetten van nieuwe technologieën kan de OD enerzijds haar effectiviteit en efficiency verbeteren. Digitaal werken wordt steeds belangrijker: digitaal dossieropbouw, digitale uitwisseling van dossiers, archivering en thuiswerken. Dit zorgt anderzijds voor kwetsbaarheid en afhankelijkheid van systemen. De continuïteit van veel systemen is niet altijd vanzelfsprekend. Nieuwe apparaten worden gekoppeld aan een systeem, waarbij vervolgens verschillende systemen worden gekoppeld om data te verzamelen en te gebruiken. Deze ontwikkelingen kunnen onze veiligheid vergroten, maar leiden ook tot nieuwe uitdagingen zoals lekken van privacygevoelige gegevens en toegankelijkheid van informatie over risicovolle locaties voor kwaadwillenden.
Ketentoezicht toepassen als instrument
Inzicht en grip op ketens, zoals asbest-, grond-, meststromen en overige afvalstoffen is een van de redenen voor het oprichten van de omgevingsdiensten. Het uiteindelijke doel is om schadelijke effecten vanuit deze ketens op de leefomgeving te voorkomen en milieucriminaliteit in een vroegtijdig stadium te herkennen en op te treden. Om meer inzicht te krijgen in de ketens is het van belang om intensief samen te werken met ketenpartners. Dit gebeurt met name op de landelijke prioriteiten, die worden gesteld door de landelijke strategische Milieukamer. Samen met het verder ontwikkelen van informatiegestuurd werken zorgt samenwerking voor een goede informatiepositie om beter grip te krijgen in de keten en om effectief op te kunnen treden.
Eigen verantwoordelijkheid stimuleren
Het nemen van verantwoordelijkheid kan schade aan milieu en overlast in de omgeving voorkomen. De komende jaren stimuleren OD Drenthe, provincie en gemeenten het nemen van de eigen verantwoordelijkheid door inwoners en bedrijven. Dit gebeurt onder andere door het geven van goede en passende voorlichting (gedragsbeïnvloeding) en het toepassen van zorgplicht bij inzet van handhaving als hiervoor wettelijke mogelijkheden zijn. Door bedrijven te stimuleren het goede gesprek te voeren met hun omgeving (participatie) kunnen milieuklachten en handhavingsverzoeken voorkomen worden. Het stimuleren van het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid is ook terug te vinden in de preventiestrategie (zie bijlage 1).
Ondermijning aanpakken
Inwoners of bedrijven mogen een vergunning of toestemming niet gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat is verdiend via misdrijven. Ook mag een vergunning niet (mede) worden gebruikt voor het plegen van misdrijven. De gemeenten en provincie toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit voortkomen, worden bevoegdheden ingezet op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Indien een negatief Bibob-advies wordt afgegeven, wordt door het bevoegd gezag in overleg met OD Drenthe een besluit genomen om met aanvullende voorschriften de vergunning alsnog te verlenen, de vergunning te weigeren en/of reeds verleende vergunningen in te trekken.
Instrumenten van preventie, toezicht en sanctie worden actief ingezet om ondermijnende activiteiten te voorkomen of te stoppen. De ‘kans op ondermijnende activiteiten’ is een van de risicovariabelen bij het risicogericht werken. Activiteiten die vallen onder ondermijning laten we niet toe. Ondermijning wordt tegengegaan door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH-taken, onder meer met het OM, andere overheden en ketenpartners. Er wordt samen gewerkt, gezamenlijke prioriteiten gesteld en onderling informatie uitgewisseld.
OD Drenthe is een erkende partner in de Drentse Aanpak Ondermijning (DAO). In de DAO zijn werkgroepen geformeerd die gezamenlijk door alle Drentse gemeenten, waterschap en provincie tot een uniforme aanpak van Ondermijning moet leiden. OD Drenthe neemt op verzoek deel aan diverse projecten in het kader van de Drentse aanpak ondermijning.
Ten aanzien van milieubelastende activiteiten beschikt OD Drenthe immers over veel ogen en oren in het veld en veel informatie in de registratiesystemen. Signalen van ondermijning die de medewerkers van OD Drenthe opvangen worden bespreekbaar gemaakt met de bevoegde gezagen in onder meer veiligheidsoverleggen. Daar komen ook de landelijke prioriteiten op tafel, die worden gesteld in de landelijke strategische Milieukamer. Dit kan leiden tot nieuwe projecten ter voorkoming van ondermijning. Binnen OD Drenthe wordt tevens gewerkt aan een weerbare organisatie. Naast het signaleren van ondermijnende activiteiten, wordt daarbij door OD Drenthe via onder meer een integriteitsverklaring en trainingen ingezet op bewustwording van ondermijning.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Bestuurlijke uitgangspunten
Onderdeel van U&H strategie Milieu Drenthe 2026-2029