De budgethouder en budgetbeheerder zijn verantwoordelijk voor:
een doelmatig en rechtmatig beheer van de aan hem toegewezen budgetten en een effectieve realisatie van de aan de desbetreffende budgetten gekoppelde doelstellingen, resultaten en prestaties;
een goede onderbouwing van de in de begroting opgenomen ramingen;
het beheren en bewaken van op het budget geboekte kosten en opbrengsten en daarbij het beheersen van de risico’s;
het juist, tijdig en volledig vastleggen van de rechten en verplichtingen op een wijze dat de actuele stand van zaken ten opzichte van eigen toegekende budgetten zichtbaar is en administratieve voorschriften worden nageleefd;
het afleggen van verantwoording over de realisatie van de beleidsdoelstellingen en de besteding van middelen in overeenstemming met de afspraken en documenten van de Planning- en Controlcyclus;
het tussentijds rapporteren als er grote financiële, juridische en/of politieke risico’s ontstaan.
Artikel 4