7.1 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Als een persoon niet genoeg verantwoordelijkheid neemt om zelf voor zijn/haar inkomen te zorgen, terwijl dat wél van hem/haar mag worden verwacht (tekortschietend besef van verantwoordelijkheid), kan het college de uitkering volgens artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet verlagen met:
het benadelingsbedrag als het gaat om een benadelingsbedrag dat lager is dan de bijstandsnorm. Deze verlaging duurt één maand. (Het benadelingsbedrag is het bedrag dat onterecht of onnodig is aangevraagd.)
100% van de bijstandsnorm bij een benadelingsbedrag tot € 5000. Deze verlaging duurt één maand.
100% van de bijstandsnorm bij een benadelingsbedrag van € 5000 tot € 10.000. Deze verlaging duurt twee maanden.
100% procent van de bijstandsnorm bij een benadelingsbedrag van € 10.000 of hoger. Deze verlaging duurt drie maanden.
Als er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in relatie met het recht op bijzondere bijstand anders dan op grond van artikel 12 van de Participatiewet, wordt de verlaging vastgesteld op het benadelingsbedrag.
Als een persoon geen passende en toereikende voorliggende voorziening krijgt omdat deze wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt een maatregel opgelegd van 100% gedurende de eerste 3 maanden van de bijstandsverlening gerekend vanaf de start van de verrekening.
7.2 Zeer ernstige misdragingen
Als een persoon zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college, ambtenaren van de gemeente of andere personen en instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ, en/of deze misdragingen plaatsvinden in een context die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van deze wetten, verlaagt het college de uitkering met 100% van de toepasselijke bijstandsnorm. Deze verlaging duurt één maand.
(Participatiewet artikel 9, zesde lid; IOAW artikel 37, eerste lid, onder g; IOAZ artikel 37, eerste lid, onder g)
7.3 Niet nakomen van overige verplichtingen
Als een persoon zich niet of niet voldoende houdt aan een afspraak die hij/zij met het college heeft gemaakt (artikel 55 van de Participatiewet), dan verlaagt het college de uitkering met:
20% van de bijstandsnorm als een persoon niet of onvoldoende zijn/haar best doet om werk te vinden. Deze verlaging duurt één maand.
20% van de bijstandsnorm als een persoon zich niet of onvoldoende houdt aan de afspraken die horen bij een bepaalde vorm van bijstand. Deze verlaging duurt één maand.
40% van de bijstandsnorm als een persoon zich niet of onvoldoende houdt aan afspraken die ervoor zorgen dat deze persoon minder bijstand nodig heeft. Deze verlaging duurt één maand.
100% van de bijstandsnorm als een persoon zich niet of onvoldoende houdt aan afspraken die ervoor zorgen dat de bijstand kan worden stopgezet. Deze verlaging duurt één maand.
De hoogte van de verlaging hangt af van de situatie.
Artikel 7:
Overige gedragingen die leiden tot een verlaging
Onderdeel van Verordening Participatiewet gemeente Blaricum 2025