6.1 Financiële tegemoetkoming aanpassing woning
Als verhuizen de goedkoopste passende oplossing is, maar de inwoner niet wil verhuizen, dan krijgt hij/zij 1 keer een financiële tegemoetkoming om zijn/haar woning aan te passen. Dit bedrag is maximaal € 2.500.
6.2 Financiële tegemoetkoming verhuiskosten
Bij een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten vergoedt het college de kosten voor verhuizing en stoffering. Dit is maximaal € 2.500 en wordt berekend volgens de NIBUD-norm. Het college vergoedt geen andere inrichtingskosten.
6.3 Financiële tegemoetkoming bezoekbaar maken van woning
Soms moeten delen van de woning van de partner of eerstegraadsfamilieleden worden aangepast, zodat iemand met een beperking die zelfstandig buiten de gemeente of in een Wlz-instelling woont, op bezoek kan komen. Daarvoor kunnen de partner en de eerstegraadsfamilieleden een financiële tegemoetkoming van maximaal € 5.000 aanvragen. Het college vergoedt alleen kosten10Soms is het nodig om de woning van een inwoner aan te passen, zodat deze woning bezoekbaar wordt voor iemand die geen inwoner is. Denk aan iemand die zelfstandig buiten de gemeente woont of een Wlz-indicatie heeft. In dit soort gevallen kan het nodig zijn dat die persoon bij het gesprek aanwezig is om te bepalen of er aanpassingen aan de woning nodig zijn en – zo ja – om welke aanpassingen het gaat. De contactpersoon bij de gemeente (de consulent) krijgt op die manier inzicht in de aard en mate van de beperking. Voor mensen die in het verleden inwoner waren van de gemeente, is dit meestal niet nodig. Bij het bezoekbaar maken van een woning voor een minderjarig kind dat met een Wlz-indicatie buiten de gemeente woont, kán de hardheidsclausule worden toegepast. Dit geldt bijvoorbeeld als het kind (in het weekend) voor een langere periode regelmatig bij de ouders logeert en er hiervoor meer moet worden aangepast dan alleen de entree, de woonkamer en het toilet. Dit is altijd maatwerk. Daarbij wordt ook gekeken hoe lang de ouders het naar verwachting volhouden dat hun kind regelmatig bij hen logeert. voor het aanpassen van de entree, de woonkamer en het toilet.
Soms verhuist een inwoner vanuit een aangepaste woning naar een Wlz-instelling en blijft zijn/haar familie in de aangepaste woning wonen. Dan kan het nodig zijn dat er voorzieningen in de woning blijven staan, zodat de inwoner op bezoek kan komen. Deze voorzieningen worden dan op naam van de partner of de eerstegraadsfamilieleden gezet.
6.4 Financiële tegemoetkoming sportvoorziening
Het college kan de inwoner een sportvoorziening geven als die de inwoner helpt om mee te doen in de maatschappij11Als een sportvoorziening ervoor zorgt dat een inwoner kan meedoen in de maatschappij (participeren), dan krijgt hij/zij deze voorziening. Als een inwoner al op meerdere manieren hulp ontvangt om te kunnen participeren, voldoende beweegt en een sportvoorziening iets extra’s betekent, hoeft de gemeente deze sportvoorziening niet automatisch te vergoeden. Dit is maatwerk.Het is de bedoeling dat een inwoner bewust kiest voor een bepaalde sport en niet telkens wisselt van sport en daarvoor een nieuwe sportvoorziening aanvraagt. Ook verwacht de gemeente dat de inwoner zorgvuldig omgaat met de voorziening. Daarom geeft de gemeente een sportvoorziening maximaal 1 keer per 3 jaar. Als het nodig is om van sport te wisselen, bijvoorbeeld omdat iemands beperking aantoonbaar verandert, dan kan de gemeente de hardheidsclausule toepassen en eerder dan binnen 3 jaar een nieuwe sportvoorziening geven.. Het college geeft maximaal 1 keer per 3 jaar een sportvoorziening aan een inwoner. Die kan hierbij een financiële tegemoetkoming krijgen voor het kopen van een sportvoorziening. Om de hoogte van de financiële tegemoetkoming te bepalen, kijkt het college wat de voorziening zou kosten als een organisatie waar het college mee samenwerkt, de voorziening zou leveren. De laagste prijs voor de sportvoorziening is de maximale financiële tegemoetkoming. Voor alle sportvoorzieningen geldt dat de financiële tegemoetkoming maximaal € 5.000 per 3 jaar is.
6.5 Financiële tegemoetkoming gebruik eigen auto
De financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto is € 0,23 per kilometer tot maximaal 2500 kilometer per jaar. Dit geldt alleen als het bezit en gebruik van de eigen auto door de inwoner niet als algemeen gebruikelijk kan worden gezien én als het gebruik van de Wmo-taxi (collectief vervoer) geen passende oplossing is. (Iets wat als algemeen gebruikelijk wordt gezien, is iets wat je zelf moet regelen of betalen, omdat dit voor anderen ook normaal is.)
Artikel 6:
Financiële tegemoetkomingen
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Laren 2025