Soms is een inwoner al gewend om op eigen kosten particuliere hulp in te huren. In dat geval is alleen het feit dat er problemen zijn, geen reden om hulp te vragen aan het college. Het college ziet particuliere hulp als een oplossing vanuit de eigen kracht. Het kan gebeuren dat de situatie van de inwoner verandert, waardoor de particuliere hulp niet meer voldoende is. Bijvoorbeeld omdat de inwoner de particuliere hulp ineens niet meer kan betalen of omdat hij/zij meer behoefte heeft aan hulp. Dit noemen we ‘gewijzigde omstandigheden’. In het laatste geval komt alléén de extra hulp in aanmerking voor ondersteuning vanuit de Wmo 2015. De gemeente onderzoekt of de particuliere hulp voldoende is of niet. Hulp bij het huishouden vanuit de Wmo kan meer zijn dan alleen schoonmaak. Het kan ook gaan om signaleren dat het huis schoongemaakt moet worden en helpen bij de organisatie van het huishouden.
De inwoner moet inzicht geven in de werkzaamheden van de particuliere hulp. Als een inwoner geen particuliere huishoudelijke hulp heeft of als de particuliere hulp niet kan worden uitgebreid, dan is hulp vanuit de Wmo 2015 mogelijk. Het college vraagt de inwoner wel eerst om particuliere hulp in te schakelen. Als particuliere hulp aanwezig is, kan de inwoner worden gewezen op de mogelijkheid om particuliere hulp uit te breiden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3.2
Uitgangspunten eigen kracht bij particuliere hulp
Onderdeel van Beleidsregels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Verordening Wmo 2025 Laren