In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
activiteit: de activiteiten waarvoor een begrotingssubsidie wordt verleend;
begrotingssubsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrecht, waarbij in de begroting van Provinciale Staten van de Provincie Utrecht de subsidieontvanger en het maximale subsidiebedrag zijn vermeld;
betwisting: het bestrijden van de voorgenomen verstrekking van een begrotingssubsidie aan één serieuze gegadigde zoals bekendgemaakt door de provincie Utrecht.
college: het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht;
objectieve criteria: criteria die relevant zijn en transparant geformuleerd, zonder vooringenomenheid ten aanzien van een partij, waarbij alle feiten en omstandigheden worden meegewogen.
redelijke criteria: criteria die ertoe leiden dat een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging wordt gemaakt tussen verschillende betrokken belangen, waarbij geen van die belangen wordt miskend.
schaarse subsidiemiddelen: subsidiemiddelen waarvoor een maximaal budget beschikbaar is gesteld.
serieuze betwisting: een betwisting waarbij op grond van de aangeleverde informatie aannemelijk is geworden dat er meerdere serieuze gegadigden zijn voor de voorgenomen begrotingssubsidie;
serieuze gegadigde: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, organisatie, netwerk of samenwerkingsverband die op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria in staat is de met de begrotingssubsidie te subsidiëren activiteiten op het beoogde niveau en volgens de beoogde werkwijze uit te voeren.
netwerk: een geheel van met elkaar verbonden natuurlijke personen, rechtspersonen en/of organisaties.
samenwerkingsverband: een overeenkomst tussen twee natuurlijke personen, rechtspersonen en/of organisaties over de onderlinge samenwerking.
toetsbare criteria: criteria die feitelijk controleerbaar zijn of anderszins meetbaar.