Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Eigen kracht, probleemoplossend vermogen, gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2026

(STAP 4 VAN HET STAPPENPLAN CRVB) 1.1 Afwegingskader eigen kracht Er is in de verordening uitgebreid aandacht voor de beoordeling van de eigen kracht, het probleemoplossend vermogen en de gebruikelijke hulp (hierna te noemen: eigen kracht). De jeugdige/ouders of client krijgt inzicht in alle aspecten die de consulent onderzoekt en beoordeelt bij de vraag naar eigen kracht. Dit betekent dat er 16 beoordelingspunten (artikel 4.1.5.4, lid a t/m p uit de verordening) staan opgesomd in een ‘afwegingskader’, die de consulent naloopt en afweegt. De beoordelingscriteria a t/m p zijn: De behoeften en mogelijkheden van de cliënt De voor de cliënt benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan De mogelijkheden, draagkracht en belastbaarheid van de huisgenoten De samenstelling van het huishouden en de woonsituatie van de cliënt Het belang om te voorzien in een inkomen De mogelijkheden van het sociale netwerk om ondersteuning te bieden De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen Overige omstandigheden die redelijkerwijs invloed hebben op het zelf hulp bieden De aard van de relatie tussen de cliënt en de huisgenoten De inhoudelijke aard, omvang en complexiteit van de ondersteuningsbehoefte De beschikbaarheid van huisgenoten voor ondersteuning bij zelfredzaamheid, participatie In hoeverre het gaat om een ondersteuningsbehoefte met noodzaak inzet van professionele hulpverlening De medische beperkingen van huisgenoten De mate van (dreigende) overbelasting van huisgenoten De mate waarin en wijze waarop de cliënt eerder ondersteund is door huisgenoten Overige relevante omstandigheden van huisgenoten Werkwijze De consulent verzamelt tijdens het onderzoek eerst via stap 1 t/m 3 van het stappenplan (zie artikel 4.1.2 uit de verordening) informatie over elk aspect (a t/p) genoemd in het afwegingskader. Is informatie naar diens inzicht noodzakelijk dan wordt die informatie in het onderzoeksverslag benoemd. Is duidelijk geworden wat nodig is om de hulpvraag op te lossen dan wordt dat vastgelegd in stap 3: wat naar aard en omvang nodig is Bij stap 4 van het stappenplan (de eigen kracht) gaat de consulent het rijtje a t/m p af en beoordeelt per onderdeel of wel of geen sprake is van eigen kracht. De consulent betrekt bij deze beoordeling de verzamelde informatie. Bij alle punten geldt dat als er behoefte is aan een deskundigen-advies dit opgevraagd moet worden. Hierbij kan ook het medisch advies van een onafhankelijke arts ingeroepen worden. Omschrijving eigen kracht Wat kan cliënt, het gezin, jeugdige, diens ouders zelf of samen met de personen om hen heen (netwerk), of wat kunnen huisgenoten met de personen om hen heen (netwerk) bijdragen aan de (dagelijkse) hulp en het oplossen van het probleem. Onder eigen kracht valt de eigen kracht, gebruikelijke hulp, zelfredzaamheid, het eigen probleemoplossend vermogen, de mantelzorg, de inzet van het sociaal netwerk en de voorliggende (wettelijke) voorzieningen. Afwegingskader Om te bepalen wat de jeugdige/ouders of cliënt op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college in ieder geval: De behoeften en mogelijkheden van de cliënt Uit stap 1 en 2 (hulpvraag en problematiek) vloeit voort wat er speelt. Ook wat volgens deze ouders/jeugdige of de cliënt nodig is om de hulpvraag op te lossen. Om daar te komen worden bij stap 1 bijvoorbeeld vragen gesteld over: wat doet u als uw hulpvraag zich voordoet? wat denken ouders/jeugdige of cliënt dat een oplossing voor de problemen kan bieden? wat hebben ze zelf al geprobeerd daaraan te doen? wat was daarvan het effect en waarom werd daardoor, volgens hen, het probleem niet opgelost? ziet men nog andere mogelijkheden om het probleem zelf op te lossen? wat heeft de jeugdige en/of diens gezin of de cliënt nodig; wat kan hij of zij nog zelf, wat gaat er goed; wat zijn de sterke kanten, welke vaardigheden zijn aanwezig en op welke gebieden is ondersteuning nodig? Van belang is om, afhankelijk van de leeftijd, de client of jeugdige zelf mee te laten denken waar de mogelijkheden zitten. Dit komt overeen met artikel 2.3.2 lid 4 van de Wmo 2015, waarin staat dat je onderzoek moet doen naar de behoefte, persoonskenmerken en de voorkeuren. Indien naar het oordeel van het college een zorgmomentenoverzicht van belang is dan wordt gevraagd om een zorgmomentenoverzicht op te stellen. Hieruit blijkt op welke punten problemen ondervonden worden, hoe die opgelost worden en met welke tijdsinvestering. Hiermee kunnen behoeften en mogelijkheden worden geïnventariseerd. Is nagegaan wat nodig is om de hulpvraag op te lossen dan dient dat concreet vastgelegd te worden in stap 3 van het stappenplan: wat naar aard en omvang nodig is. Dat is het volgende punt (b). De voor de jeugdige of cliënt benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan. Is de situatie onderzocht en de gewenste of noodzakelijke hulp duidelijk geworden, dan gaat het in stap 3 om het vaststellen wat dit ‘bruto’ betekent. In stap 3 wordt aan de ene kant opgenomen wat de jeugdige/zijn ouders of de cliënt noodzakelijk vindt, aan de andere kant wat de gemeente noodzakelijk vindt om de hulpvraag op te lossen. Dit wordt de bruto ondersteuningsbehoefte genoemd. Het is de behoefte aan hulp (wat is nodig en wat is de omvang, duur) zonder dat naar de eigen kracht van stap 4 wordt gekeken (zoals de gebruikelijke hulp, mantelzorg, het netwerk, andere wet- en regelgeving en voorliggende oplossingen). Wat is nodig (de aard)? In kaart is gebracht wat er op dit moment geboden wordt aan ondersteuning/zorgtaken door ouders of huisgenoten en netwerk. Hoe intensief de ondersteuning/zorgtaken zijn, en voor hoeveel en hoe lang (tijdelijk of langdurig). Tijdelijke hulp kan anders worden beoordeeld dan langdurige of structurele hulpvragen. Het gaat om de balans tussen draagkracht en draaglast. Als iets intensief is of van lange duur dan wil dat nog niet zeggen dat een voorziening nodig is. Het gaat erom: kan degene die hulp biedt het aan? Ligt hulp binnen de mogelijkheden of is het tijdelijk? Dan kan een intensieve rol geen belasting zijn. Ligt het niet in hun mogelijkheden dan is de vraag of extra externe hulp nodig is om overbelasting te voorkomen. Als er groei mogelijk is kan er sprake van tijdelijkheid zijn, is er geen groei mogelijk dan gaat het om overname van taken hetgeen blijvend zal zijn. Wat zet je in? De omvang in uren per dag geeft de ondersteuningsintensiteit aan. Hoeveel tijd is concreet nodig? Relevant is ook de duur. Is dat zonder einde, dan moet hier een afweging over worden gemaakt. Kan iemand, zoals het er nu naar uitziet, voorlopig de hulp gewoon bieden, dan mag dat gevraagd worden, ook voor de toekomst. Anders is dit als al vaststaat dat dit een te zware opgave zal worden. Overbelasting dient te worden voorkomen Is stap 3 geformuleerd? Dan volgt de overgang naar stap 4 om de netto ondersteuningsbehoefte vast te stellen. De eigen kracht en gebruikelijke hulp is hierbij de basis van de ondersteuning: die wordt in ieder geval gevraagd. Voor de invulling van stap 4 gelden alle afwegingsgronden vanaf punt c tot en met p. De vraag is dan of die te bieden ondersteuning gevraagd mag worden van de ouders/huisgenoten van de cliënt. Daar moet uiteindelijk een afweging over worden gemaakt waarbij de volgende punten (c tem p) in de afweging mee worden genomen. Ook kan hier rekening gehouden worden met de vraag of de ouders/huisgenoten werken, als dat zo is, of zij een volledige dagtaak hebben of deeltijds werken, welke andere activiteiten zij hebben. Het is niet zo dat alle activiteiten even zwaar tellen. Er zal rekening mee moeten worden gehouden en als dat niet gebeurt zal dat gemotiveerd moeten worden. Zo is een druk bestaan geen reden om af te zien van het bieden van gebruikelijke hulp. Wil iemand elke dag 2 x 2 uur naar de sportschool, dan zal de vraag gesteld moeten worden of dit wel acceptabel is als dat ten koste gaat van zorg voor een jeugdige of een cliënt. Dat geldt ook voor andere activiteiten: ze moeten met elkaar in verhouding zijn en passen c.q. rekening houden met de gezinssituatie. De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders of huisgenoten. Per huisgenoot zal dit geïnventariseerd moeten worden. Wat kunnen ouders of huisgenoten in redelijkheid bieden? In welke mate is dat haalbaar. Ook hier geldt balans tussen draagkracht en draaglast. Hebben ouders/huisgenoten bijvoorbeeld zelf medische problemen, hoe ziet invulling werk of vrije tijd eruit. Is er disbalans dan is hulp erop gericht om die weg te nemen (herstel situatie). Dit soort hulp kan vaak tijdelijk zijn. Als er sprake is van overbelasting, dan wordt dit uitgewerkt bij punt n. Is er geen sprake van overbelasting, dan wordt beoordeeld welke mogelijkheden er zijn, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de antwoorden op de vragen bij b gesteld of de ouders/huisgenoten werken, als dat zo is, of zij een volledige dagtaak hebben of deeltijds werken, welke andere activiteiten zij hebben. Beoordeeld moet dan worden of de noodzakelijke hulp te combineren valt met de noodzakelijke/ gewenste activiteiten als arbeid, sport, vrijetijdsbesteding, waarbij uitgegaan mag worden van een gemiddeld gebruik dat is afgestemd op de gezinssituatie (zie d). Zijn de acceptabele, normale reguliere activiteiten niet te combineren met de te vragen eigen kracht of gebruikelijke zorg dan zal afstemming plaats moeten vinden. Ook al is er geen sprake van overbelasting, dan nog is het niet mogelijk alles dat nodig is te vragen. De belastbaarheid is persoonlijk en zal besproken moete worden . Daarbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar een periode in het verleden in vergelijking met de huidige periode. Ook kan het hebben van geobjectiveerde ziekten of aandoeningen een rol spelen om de belastbaarheid lager in te schatten om overbelasting te voorkomen. De samenstelling van het gezin en de woonsituatie van de jeugdige of cliënt waarbij bij gescheiden ouders ook gekeken wordt naar wat de ouder waar het kind niet woont bij kan dragen. Wie wonen er samen in één huis? Wanneer is wie thuis en beschikbaar? Is er sprake van co-ouderschap? Hoe stabiel is de thuissituatie? Denk ook aan praktische aspecten zoals de grootte van het huis of de beschikbaarheid van een eigen kamer. Bij minderjarige huisgenoten wordt rekening gehouden met een bijdrage die past bij de leeftijd. Bij gescheiden ouders wordt ook gekeken naar de andere ouder, ook al woont het kind daar niet. Niet alleen is contact met beide ouders (meestal) een gewenste situatie, je mag van een gescheiden ouder ook een bijdrage verwachten als het gaat om het oplossen van problemen rond een kind dat misschien niet bij hem of haar woont. Zo nodig zal er een gesprek met de andere ouder moeten worden gevoerd om dit helder te krijgen. Het belang van ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan Een gezin zal een bestaansminimum nodig hebben als het gaat om het gezinsinkomen. Beoordeeld wordt of factoren - die met de problematiek van de jeugdige of de cliënt te maken hebben én die niet vermijdbaar zijn - consequenties hebben voor het gezinsinkomen. Zo is een keuze om minder te gaan werken, ondanks alternatieven, is een persoonlijke keuze. De consulent kijkt bij deze afweging naar de vereiste noodzaak en alternatieven. Een pgb wordt soms als inkomen gezien. De gemeente is er niet voor de wens om minder te werken, slechts voor de noodzaak. Vaak heeft minder werken ook niet het gewenste effect, wat maakt dat handelen anders wordt nu iemand minder is gaan werken? Houdt er rekening mee dat huisgenoten soms niet kunnen helpen door werk, zonder hierbij het inkomen zelf te beoordelen. Kijk hoe de vrije tijd wordt ingevuld. Waar liggen de prioriteiten? Meestal valt met een andere (dag)invulling winst te behalen. Worden ook alle (wettelijke of voorliggende) voorzieningen gebruikt die ter beschikking staan? De mogelijkheden van het sociaal netwerk, inclusief steungezinnen, om de jeugdige of de ouders of de cliënt te ondersteunen Hiervoor kan contact met personen rond het gezin nodig zijn, soms een gezamenlijk gesprek met alle betrokkenen uit het netwerk. Kijk of familie, buren, vrienden of kennissen, grootouders, steunfiguur/ steungezinnen, ouders op school iets kunnen betekenen voor de jeugdige/zijn ouders of de cliënt. Is er bijvoorbeeld een oom of tante met een sterke band? Grijp de mogelijkheid om hier het gesprek mee aan te gaan. Mensen uit het netwerk zijn bereidwilliger dan de ouders/client zelf denkt, om een bijdrage te leveren aan de oplossing van problemen. Is deze hulp structureel of incidenteel? Bekeken kan worden wie wat kan doen. Uitgangspunt is dat mensen om je heen bereid zijn elkaar te helpen. Dat is de bereidheid van opa en oma, buren, andere familie: elkaar helpen als dat nodig is. Het is naastenliefde, zonder dat daar iets (financieel) tegenover moet staan. De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen Zijn er voorliggende wettelijke voorzieningen waarvan gebruik kan worden gemaakt? Te denken valt aan de Zorgverzekeringswet, Ziektewet, de Wet langdurige zorg, het (Passend) onderwijs, kinderopvang, ondersteuning via school. Of gemeentelijke instanties. Is er bereidheid om andere regelingen aan te spreken? Zo nee, waarom niet? Zo kan het voorkomen dat men liever onder de Wmo blijft dan de Wlz vanwege de lagere eigen bijdrage. Dit is geen argument om er geen gebruik van te maken. Overige relevante omstandigheden van de jeugdige/ouders of cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden Is er sprake van specifieke factoren zoals trauma, verslaving, ontwikkelingsproblematiek of culturele aspecten die invloed hebben op de hulpvraag? Denk ook aan bijvoorbeeld taalbarrières of recente levensgebeurtenissen. Misschien zijn er andere minder voor de hand liggende gebeurtenissen: elke situatie is anders. Ook kunnen er juist helpende factoren aanwezig zijn die een bijdrage kunnen leveren aan het zelfoplossend vermogen. Of juist niet, zoals de keuze (veel) meer dan gemiddeld te werken, veel bestuurslidmaatschappen, veel vrijwilligerswerk. Hier kan een heel scala van onderwerpen bij betrokken worden. De aard en de relatie tussen de ouders en de jeugdige of de cliënt en diens huisgenoten Zij beide ouders ook biologische ouders? Zijn het kinderen van meerdere vaders (of moeders)? Zij de kinderen erkend door de niet-biologische ouder? Is er sprake van een veilige hechtingsrelatie of zijn er spanningen, loyaliteitsconflicten, of zelfs huiselijk geweld? Kan de relatie herstel ondersteunen of juist belemmeren? Een gespannen of afstandelijke relatie kan hulpverlening door huisgenoten onmogelijk maken. Wat verlang je van wie? De inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of de cliënt Wat moet er gedaan worden? Is het een enkelvoudige hulpvraag of spelen er meerdere domeinen tegelijk (bijvoorbeeld gedrag, school, gezin)? Complexiteit beïnvloedt wat je redelijkerwijs mag verwachten van het netwerk. Is het complex dan vraagt dat specifieke deskundigheid. Dan kan je het wellicht niet vragen van de ouders of de huisgenoten. Is het niet complex of vereist het geen deskundigheid, dan is het de vraag of je de mogelijkheid juist wel kunt vragen. Dat speelt ook mee bij de omvang. Is de behoefte zo groot dat het de mogelijkheid van de ouders of huisgenoten te boven gaat? Ook al zijn het veel uren, als de ouders of huisgenoten het gewoon kunnen doen, dan is de vraag waarom je het niet van hen zou kunnen vragen. Hier speelt de vraag of er balans is tussen draagkracht en draaglast. Teveel activiteiten kunnen bijvoorbeeld leiden tot overbelasting waardoor overname belangrijk zou kunnen zijn. Hier moet je onderzoek dan ook op gericht zijn. Weeg af of de benodigde hulp professioneel moet zijn of eventueel ook door naasten kan worden geboden. De beschikbaarheid van de ouders of de huisgenoten voor het ondersteunen van de cliënt bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving Ouders hebben tot taak hun kinderen op te voeden. Je mag verwachten dat zij daar alles voor doen om dat te kunnen. Dat is de consequentie van het krijgen van kinderen. Bij ouders mag je er dus van uitgaan dat zij beschikbaar zijn, met de normale beperkingen van alle ouders: hun baan of werk. Maar ook ouders van een jongere met problemen moeten net als alle ouders onverwachte situaties zelf oplossen voor zover dat redelijk is. Zijn ouders voortdurend afwezig vanwege hun werk, dan kan het nodig zijn te bespreken of zij hun werk niet aan kunnen passen. Immers: ook jongeren met beperkingen hebben recht op hun ouders. Het eventueel aanpassen van een werksituatie (geen ploegendienst meer), of mantelzorgtaken elders (zoeken naar vervanging) kan een mogelijke oplossing bieden om meer beschikbaar zijn voor jeugdige of huisgenoot. Hierbij kan dus verwacht worden dat er andere keuzes worden gemaakt. Met een jongere of huisgenoot met beperkingen kan men zich niet verschuilen achter andere keuzes waardoor er geen tijd is. De vraag in hoeverre het gaat om een ondersteuningsbehoefte die beantwoord moet worden met de inzet van professionele hulpverlening Kunnen de ouders, de gebruikelijke hulp of het netwerk de situatie niet aan of ontbreekt specifieke deskundigheid? Motiveer waarom professionele inzet noodzakelijk is en welk resultaat daarmee beoogd wordt. Sommige hulpvragen kunnen alleen door een zorgverlener met specifieke kennis worden beantwoord. Vaak kan meer bereikt worden met professionele ondersteuning dan wanneer de huisgenoot ondersteuning biedt. Zo kennen partners elkaar door en door, zijn voorspelbaar in hun reactie of blijven zaken overnemen waardoor zelfstandigheid vermindert. Dit leidt tot onbedoelde benadeling. Het is systeemproblematiek binnen een (ouder/kind)relatie waar een professional geen last van heeft. Om hulpverlening te kunnen bieden is distantie en een helicopterview nodig. Systeemproblemen binnen het gezin of relatie staan dit in de weg. Een professional zal dit onderkennen. Bij constatering zal het gesprek aangegaan moeten worden. De vraag in hoeverre de ouders of huisgenoten medische beperkingen hebben om de gebruikelijke hulp te leveren Zijn er fysieke of psychische gezondheidsproblemen waardoor ondersteuning niet of beperkt mogelijk is? Als ouders of huisgenoten geen hulp kunnen bieden omdat zij zelf (medische) beperkingen hebben is het belangrijk dit aspect te objectiveren. Is er een diagnose gesteld? Door wie? Als het niet te objectiveren is kan het soms nodig zijn een medisch advies te vragen. Op naam van de huisgenoot. Het al dan niet dreigend overbelasting te raken van de ouders of huisgenoten of al overbelast zijn op basis van factoren die te maken hebben met de te leveren gebruikelijke hulp, waarbij beoordeeld wordt of de draaglast de draagkracht te boven gaat Beoordeel of hulp bieden een te grote last vormt of zal worden, gezien de situatie. Zijn signalen van stress, burn-out of eerdere uitval aanwezig? Is hulp nodig om overbelasting te voorkomen of te herstellen? Van belang is dat: Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de verleende zorg. Als er een andere oorzaak aan ten grondslag ligt, moet daar eerst aan gewerkt worden. Bekijk wat er al is of wordt gedaan om dreigende overbelasting te verminderen. Er moet actief worden meegewerkt aan het accepteren van andere vormen van ondersteuning, het herinrichten van dagstructuur, het werk of andere sociale of maatschappelijke activiteiten, dan wordt dit eerst van de ouder of huisgenoot verwacht. Een pgb voor het verlenen van hulp wordt beëindigd of niet toekend als er sprake is van dreigende overbelasting van ouder of huisgenoot. De mate waarin en de wijze waarop de jeugdige of de client voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens ouders of huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving Wat gebeurde er al vóórdat de hulpvraag formeel werd gemeld? Het kan zijn dat problemen eerder op een bepaalde manier waren opgelost en daar een eind aan is gekomen. Is er een patroon van ondersteuning zichtbaar? Is het niet meer mogelijk? Wil men het niet meer? Is er langdurige uitval? Wil men het niet meer zonder betaling? Zo kan het zijn dat een informeel Pgb wordt gevraagd voor een kind dat altijd logeert bij opa en oma, het blijft sociaal netwerk. Overige relevante omstandigheden van de ouders, de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de client hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving Gebruik dit criterium om situaties mee te wegen die niet onder de eerdere punten vallen, maar wel invloed hebben. Denk aan tijdelijke afwezigheid door detentie, verblijf in het buitenland, gezinshereniging, lopende conflicten of hulpverleningstrajecten, mantelzorgtaken voor anderen of andere verplichtingen. Ook positieve factoren zoals hersteld contact of betrokkenheid van nieuwe partners kunnen worden meegewogen. Altijd moet worden onderbouwd waarom deze omstandigheden relevant zijn voor de afweging. 1.2Respijtzorg In gevallen van (dreigende) overbelasting bij ouders, de huisgenoot, gebruikelijke helper of mantelzorger van de cliënt, kan gebruikelijke hulp (deels) geïndiceerd worden als tijdelijke respijtzorg met het doel een eind te maken aan de situatie van overbelasting. Hierbij geldt dat: Respijtzorg wordt ingezet om (dreigende) overbelasting, als gevolg van het bieden van mantelzorg in het kader van een hulpvraag, te voorkomen. De overbelasting moet overduidelijk onbetwistbaar herkend zijn. In alle andere situaties is een medisch advies nodig; Respijtzorg wordt zoveel als mogelijk gerealiseerd met voorliggende oplossingen, zoals logeren bij familie, buurtgezinnen of andere voorliggende voorzieningen; Respijtzorg kan een tijdelijk karakter hebben en worden ingezet door de mantelzorgtaken over te nemen of door de jeugdige of de client tijdelijk een voorziening, zoals buurtgezinnen en andere voorliggende voorzieningen, aan te bieden. Respijtzorg kan ook structureel zijn als er sprake is van een langdurige hulpvraag; Respijtzorg kan worden geboden in de vorm van een jeugdhulpvoorziening of een andere voorziening dan een jeugdhulpvoorziening met als doel de ouders te ontlasten. Denk bij de laatste vorm aan bijvoorbeeld aan ondersteuning of zorg voor ouders, andere kinderen of het huishouden; Naast de inzet van respijtzorg wordt er ingezet op het wegnemen van de oorzaak van de overbelasting. De eigen kracht wordt vergroot waardoor toekomstige overbelasting voorkomen kan worden; Als de oorzaak van de overbelasting buiten het bieden van de hulp ligt, moet de oplossing ook daar gezocht worden. Bij overbelasting door een te groot dienstverband of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. Het jeugdteam betrekt andere domeinen als dit het geval is, bijvoorbeeld ondersteuning vanuit de Wmo of schuldhulpverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel