Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Afbakening Jeugdwet met andere wetten

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2026

(STAP 4 VAN HET STAPPENPLAN CRVB) Op grond van artikel 1.2 lid 1 sub b van de Jeugdwet treft het college geen voorziening als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, zoals de Wet passend onderwijs, de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze wetten zijn voorliggend op de Jeugdwet. Bijlage 1 is ondersteunend aan deze afbakening van de Jeugdwet. 2.1 Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs Wanneer een jeugdige leerplichtig is en staat ingeschreven op een school, maar de school is ‘handelingsverlegen’ en wil de jongere naar huis sturen, dan blijft de school verantwoordelijk voor de daginvulling van de jongere. Een school mag een leerling pas ‘uitschrijven’ wanneer het een nieuwe passende school heeft gevonden waar de jongere heen kan of als de jongere ontheven is van de leerplicht. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma die primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt onder de zorgplicht van de Wet passend onderwijs. Indien een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs gaat deze wet in rangorde voor op de Jeugdwet en treft het college geen individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. Als de verstrekte ondersteuning als bedoeld in lid 1 en 2 mogelijk ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, blijft het onderwijs verantwoordelijk voor de ondersteuning. Als de jeugdige naast het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen, valt de ondersteuning – voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan -onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een inspanningsverplichting om in samenwerking met het onderwijs met behulp van het perspectiefplan of het onderwijsontwikkelperspectiefplan tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag. 2.2 Afbakening Jeugdwet en de Wet langdurige zorg Ondersteuning valt onder de Wlz als de jeugdige vanwege een somatische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke handicap een blijvende behoefte heeft aan: permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde jeugdige of; 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat de jeugdige zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en de jeugdige, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen, door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of; door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. Een uitzondering op lid 1 is wanneer er meervoudige problematiek ten grondslag ligt aan de problemen van jeugdigen en er daardoor recht is op een soortgelijke voorziening op grond van zowel de Jeugdwet als de Wlz. In dat geval is het college gehouden een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan. Ondersteuning die onder de Wet langdurige zorg valt, zijn onder andere: logeeropvang voor jeugdigen met een Wlz-indicatie; verblijf in een instelling; vervoer naar een Wlz-locatie; behandeling van psychische stoornissen, mits deze een integraal onderdeel uitmaakt van de behandeling plus verblijf die vanuit de Wlz geboden wordt. Indien een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wlz zoals genoemd in leden 1 en 3, die overeenkomt met de aangevraagde ondersteuning op grond van de Jeugdwet, gaat de Wlz in rangorde voor op de Jeugdwet en treft het college geen individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. Wanneer de jeugdige en/of de ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een indicatiebesluit Wlz terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, kan het college een individuele voorziening weigeren op grond van de Jeugdwet. Indien het college een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet wil beëindigen, omdat de Wlz van toepassing is, ligt de bewijslast bij het college op basis van een medisch advies uitgebracht door arts met een NSPOH-specialisatie. Dit is een specialisatie binnen de sociale geneeskunde, zoals een bedrijfsarts, jeugdarts of vertrouwensarts. In de argumentatie moeten in ieder geval onderstaande zaken onderbouwd worden: waarom er op dit moment 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig is; waarom er op termijn geen verbetering te verwachten is. 2.3 Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet Indien de jeugdige medisch noodzakelijke zorg nodig heeft, gaat de Zvw in rangorde voor op de Jeugdwet en is er geen recht op een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet. Voorbeelden van zorg op basis van de Zvw zijn: hulpmiddelenzorg (niet zijnde hulpmiddelen vanuit de Wmo); ziekenvervoer; zintuiglijke gehandicaptenzorg. Een uitzondering op lid 1 is wanneer er meervoudige problematiek ten grondslag ligt aan de problemen van jeugdigen en er daardoor recht is op een soortgelijke voorziening op grond van zowel de Jeugdwet als de Zvw. In dat geval is het college gehouden een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan. Persoonlijke verzorging en de begeleiding die daarbij hoort voor jeugdigen tot 18 jaar kan zowel onder de Jeugdwet vallen als onder de Zvw. Daarbij geldt: persoonlijke verzorging die nodig is in verband met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt onder de Zvw; persoonlijke verzorging die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen valt onder de Jeugdwet. Verblijf voor jeugdigen tot 18 jaar kan zowel onder de Jeugdwet als onder de Zvw vallen. Daarbij geldt: verblijf valt onder de Zvw als het een medisch noodzakelijk verblijf is vanwege geneeskundige zorg of wanneer het gaat om tijdelijk, kortdurend verblijf buiten de thuissituatie; verblijf valt onder de Jeugdwet als het een verblijf van jeugdige buiten de thuissituatie betreft, niet zijnde een ziekenhuisverblijf. 2.4Afbakening Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning Als de jeugdige ondersteuning nodig heeft om de zelfredzaamheid te vergroten, kan er in sommige gevallen recht bestaan op een voorziening vanuit de Wmo. Als dat zo is, gaat de Wmo in rangorde voor op de Jeugdwet en is er geen recht op een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet. Het betreft dan bijvoorbeeld: voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen (niet zijnde hulpmiddelen Zvw), woningaanpassingen; een vervoersvoorziening om te kunnen reizen in het kader van participatie naar verschillende locaties, zoals sportvereniging en recreatieplekken; een maatwerkvoorziening voor opvang, indien jeugdige met ouder(s) meekomt als ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of een huisuitzetting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel