(STAP NA HET STAPPENPLAN CRVB)
5.1. Inleiding
Artikel 8.1.1 Jeugdwet en artikel 2.3.6 Wmo 2015 geven aan dat als de jeugdige of zijn ouders of de cliënt dit wil, de jeugdhulpvoorziening of maatwerkvoorziening verstrekt kan worden in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Hoewel dit de indruk kan wekken dat er keuzevrijheid bestaat om een pgb te kiezen, is dit niet juist. De beide artikelen geven daarna een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet zijn wil een pgb verstrekt kunnen worden. Deze voorwaarden zijn voor Jeugdwet en Wmo 2015 bijna geheel gelijk.
Een pgb is een verstrekkingsvorm. Zowel in Jeugdwet als in Wmo 2015 is de standaardverstrekkingsvorm het bieden van de noodzakelijke hulp in natura. Als jeugdige of ouders of de cliënt een jeugdhulp of maatwerkvoorziening toegekend krijgen en dat als pgb willen ontvangen en aan alle voorwaarden voldoen kunnen zij als alternatief een pgb krijgen.
Een pgb komt dus pas ter sprake als eerst is vastgesteld dat er een individuele of maatwerkvoorziening verstrekt gaat worden. Dat betekent dat altijd eerst het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep gevolgd zal moeten worden om te bepalen of en zo ja welke jeugdhulp- of maatwerkvoorziening verstrekt gaat worden. Pas als vastgesteld is dat er inderdaad een individuele of maatwerkvoorziening verstrekt gaat worden heeft het zin de vraag te stellen: verstrekking in natura of in de vorm van een pgb.
5.2 Pgb-plan
Als een jeugdige of ouder of een cliënt in aanmerking komt voor een individuele voorziening of maatwerkvoorziening, maar de hulp of ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in. Hiervoor is een helder en in eenvoudige taal gesteld format beschikbaar, met alle bijbehorende stukken, waarmee de cliënt zijn pgb-plan kan indienen. Dit format is verplicht.
Daarin staat de motivatie waarom het natura aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is. Uit de argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op het aanbod in natura. Voorts staat in het plan:
welke jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorziening de jeugdige, zijn ouders of de cliënt gezien de hulpvraag wil inkopen waarbij opgemerkt dat de gekozen aanbieder/zorgverlener geen door de gemeente gecontracteerde aanbieder mag zijn;
de wijze waarop de jeugdhulp of de maatwerkvoorziening georganiseerd wordt;
hoe de hulp of ondersteuning bijdraagt aan de doelen die geformuleerd zijn in het persoonlijk zorgplan (onderzoek en doelmatigheid);
op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp of de maatwerkvoorziening is gewaarborgd;
de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in het aantal eenheden en tarief;
Indien de aanvrager een persoon uit het sociaal netwerk wil betrekken, een onderbouwing waarom dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is.
Toelichting:
Het Pgb-plan dient niet verward te worden met het persoonlijk (zorg) plan zoals genoemd in artikel 2.3, vierde lid, Wmo 2015 als ook artikel 3.3.3 van de verordening. De voorwaarde dat de aanvrager een pgb-plan dient over te leggen geldt niet voor een eenmalige pgb voor een maatwerkvoorziening, maar geldt voor een pgb voor het afnemen van hulp- en begeleidingsdiensten. De omvang en rol van het pgb-plan is relatief. Dat wil zeggen: hoe zwaarder de problematiek (en bijvoorbeeld de toets op kwaliteit), hoe groter de rol van het pgb-plan.
5.3 Beoordeling plan en toetsing pgb-vaardigheid, gewaarborgde hulp en kwaliteit
Het college voert de beoordeling uit op basis van het pgb-plan en een huisbezoek naar aanleiding van dit plan. Gaat het om een verlenging van een aanvraag dan kan het pgb-plan en huisbezoek eventueel achterwege blijven. Waarbij het in essentie steeds draait om de vraag of geborgd is dat het budget ten goede komt aan de gewenste ondersteuning en aan de kwetsbare persoon die ondersteuning nodig heeft.
Toestemming voor verzilvering van de ondersteuning in de vorm van een pgb kan pas gegeven worden als het pgb-plan dan wel de offerte met programma van eisen is goedgekeurd.
Te bespreken punten naar aanleiding van het pgb-plan
Dit onderzoek kan plaatsvinden aan de hand van de zeven vragen voor een pgb-onderzoek.
Vraag 1: Waarom wil iemand een pgb?
Met die vraag zal kritisch worden omgegaan, omdat het beheer van een pgb meer inhoudt dan alleen maar administratie. Die administratie wordt grotendeels door de Sociale Verzekeringsbank gedaan. Een belangrijk maar onderbelicht aspect is het aansturen van de zorgverleners. Met name als het gaat om professionele hulp die volgens het stappenplan noodzakelijk blijkt, zal de aansturing van het pgb lastig zijn: de professional heeft deskundigheden die degene die het pgb beheert niet heeft. Verder zal duidelijk moeten zijn dat er inzicht bestaat in het natura-aanbod Dat de gemeente heeft. Als de hulp ook in natura geboden kan worden is het de vraag waarom men die natura-hulp niet wenst. Waarom de met het pgb in te huren hulp beter is.
Vraag 2: Wie gaat het pgb beheren?
Het is logisch dat dit gebeurt door degene die de hulp nodig heeft, omdat het pgb immers gaat over het geven van eigen regie over de hulp of de hulpmiddelen. Dat kan niet altijd en dan biedt de wet de mogelijkheid het beheer door een ander uit te laten voeren. Die ander moet dan volgens de jurisprudentie van de CRvB wel een zogenaamde gewaarborgde hulp zijn (ECLI:NL:CRVB:2013:1488).
De taken van een gewaarborgde hulp zijn volgens die uitspraak onder andere (citaat:
“(…) is wel van belang of sprake is van gewaarborgde hulp van derden. Daarvan is in ieder geval geen sprake indien de derde niet kan instaan voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen, waaronder die welke betrekking hebben op de keuze van de zorgverlener, de kwaliteit van de zorg en de financiële verantwoording, waaraan inherent moet worden geacht dat eisen kunnen worden gesteld aan de integriteit van de derde.”
Het gaat dus om:
De keuze van de zorgverlener;
De (inhoudelijke) kwaliteit van de zorg;
De financiële verantwoording;
De integriteit van de gewaarborgde hulp.
Hieruit is duidelijk dat degene die de hulp biedt niet dezelfde kan zijn die de hulp beheert, vanwege het gebrek aan integriteit door belangenverstrengeling.
Om het onderzoek naar de vaardigheid van de pgb-beheerder, zowel degene die hulp nodig heeft zelf als een eventuele gewaarborgde hulp, goed te onderzoeken is door het ministerie van VWS samen met Per Saldo een lijst ontwikkeld met 10 punten waaraan men moet voldoen om voldoende vaardig te zijn een pgb te beheren. Zie bijlage 2 voor deze pgb-vaardigheidspunten.
Vraag 3: Wie gaat de hulp of ondersteuning bieden?
Als dat professionele hulp betreft zal dat een professional moeten zijn. Wil een professional effectief hulp kunnen bieden dan zal er tevoren geen bekendheid of betrokkenheid met betrokkene jeugdige of cliënt moeten zijn geweest omdat dit een objectieve beoordeling van de problematiek in de weg zal staan. Zo kunnen directe verwanten en goede bekenden over het algemeen geen professionele hulp bieden wegens het bestaan van systeemproblematiek. Hiernaar zal onderzoek moeten worden verricht. Daarenboven zal onderzocht worden of de beoogde zorgverlener opgeleid is en bekwaam is de noodzakelijke hulp te verlenen.
Vraag 4: Welke doelen zijn geformuleerd?
Zijn de doelen uit het stappenplan overgenomen en zijn die voldoende duidelijk in het pgb-plan geformuleerd? Zijn ze voldoende concreet? En is de evaluatie met de gemeente afgesproken?
Vraag 5: Zijn de kosten van het pgb niet hoger dan de kosten van een natura-verstrekking?
Wettelijk is bepaald dat een pgb geweigerd kan worden als de kosten van het pgb hoger zijn als de kosten in natura. Dat zal getoetst moeten worden.
Vraag 6: Is er iets te zeggen over het tarief sociaal netwerk?
Deze vraag gaat over de situatie dat er sprake is van hulp vanuit het sociaal netwerk. Daar kan een afwijkend tarief voor gelden en dat moet dan in de verordening staan.
Vraag 7: Zijn er contra-indicaties?
Dit betreft de vraag of er sprake is van contra-indicaties. Is er eerder sprake geweest van het verstrekken van onjuiste gegevens, het niet voldoen aan de voorwaarden of het gebruik van een pgb voor een ander doel, waardoor het besluit is ingetrokken? Dat kan een contra-indicatie zijn.
Verder hoeft geen contra-indicatie te zijn de vraag: is er sprake van schulden problematiek? Hier zal dan wel aandacht aan besteed moeten worden. Of het wel of niet een contra-indicatie is, hangt af van de mate waarin de schulden al dan niet door eigen toedoen zijn ontstaan.
De volgende omstandigheden kunnen aanleiding vormen om geen pgb toe te kennen vanwege onbekwaamheid, wanneer de cliënt niet beschikt over een netwerk dat dit kan compenseren:
schuldenproblematiek;
gok- of drugsverslaving;
aangetoonde fraude, minder dan 5 jaar geleden;
sterke vergeetachtigheid/verstandelijke beperking/psychische stoornis;
analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardig;
het leiden van een zwervend bestaan.
Vertegenwoordiging
Wanneer de cliënt een vertegenwoordiger heeft om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, stelt het college aan deze persoon dezelfde eisen als aan de cliënt.
De vertegenwoordiger van het pgb is niet alleen verantwoordelijk voor de besteding van het budget, maar voor alle taken en verantwoordelijkheden die verbonden zijn aan een pgb. Daarmee is de vertegenwoordiger tevens verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geboden ondersteuning. Deze verantwoordelijkheden kunnen wel verdeeld worden over verschillende vertegenwoordigers.
Toelichting: Regie kunnen voeren is een belangrijke voorwaarde voor het succesvol inzetten van een pgb. In die gevallen waar de cliënt dit niet zelf kan, heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat de cliënt een vertegenwoordiger aanwijst. De vertegenwoordiger dient hiervoor bekwaam te zijn en te beschikken over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een pgb goed te kunnen beheren.
Voor eenmalige pgb’s voor hulpmiddelen kan een offerte en een programma van eisen volstaan. Voor eenmalige pgb’s voor vervoersmiddelen kan een offerte volstaan.
Artikel 5.
Het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2026