Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter en (plaatsvervangende) leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. 2.. De voorzitter of (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen tussentijds worden geschorst en ontslagen. 3.. De voorzitter of (plaatsvervangende) leden van de commissie treden af op het moment dat hij niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 3 lid 3 van deze verordening. 4.. De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 5.. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of (plaatsvervangende) leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. 6.. Het college kan, indien dit nodig wordt geacht, gemotiveerd van het bepaalde in het eerste lid afwijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel