Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Laat-paleolithicum (late steentijd: 33.000-8800 voor Christus)

Onderdeel van Erfgoednota gemeente Voerendaal

Het laat-paleolithicum betreft het laatste deel van de ijstijd. In eerste instantie overheersten nog koude omstandigheden. Kenmerkend voor deze periode was een toendralandschap, dat een zeer open vegetatie kende. Aangenomen wordt dat de mens in deze fase in warmere en beschutte oorden ten zuiden van Nederland vertoefde (zoals in grotten in België). Vanaf circa 13.000 jaar geleden zijn er tenminste drie culturele tradities in Zuid-Nederland te onderscheiden: het Magdalénien, de Federmesser-traditie (ook wel Tjongercultuur genoemd) en de Ahrensburg-cultuur. Op de lössgronden in het zuiden van Limburg zijn resten uit deze perioden uiterst zeldzaam.

Rechtspraak bij dit artikel