Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1

Vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus)

Onderdeel van Erfgoednota gemeente Voerendaal

Continue bewoning De val van het Romeinse Rijk en de komst van de Germanen markeren het begin van de vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus). In Zuid-Limburg was er een doorlopende bewoning vanaf de Romeinse tijd of eerder. Hierop wijzen bijvoorbeeld de plaatsnamen Heerlen en Maastricht, die uit de Romeinse tijd stammen en die niet overgeleverd zouden zijn als er geen mensen waren geweest om ze aan elkaar door te geven. Beeknamen als Itter, Jeker en Worm zijn waarschijnlijk zelfs nog ouder. Enkele Romeinse wegen bleven functioneren. Met hun grindverharding waren ze zelfs lange tijd de enige verharde wegen en kregen ze namen als Steenstraat of Steenweg. Op de overgang van de Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen was er wel de hele tijd bewoning, maar de hoeveelheid mensen nam wel sterk af door de onrustige tijden. Deze periode wordt namelijk gekenmerkt door de instorting van het Romeinse Rijk, volksverhuizingen (grote migratiestromingen), plunderingen, hongersnood en epidemieën. De grootschalige landbouw uit de Romeinse tijd maakte plaats voor een kleinschalige, op zelfvoorziening gerichte economie. Daardoor trad een licht herstel op van het bosareaal op. Dit herstel was echter van korte duur. Vanaf de Karolingische tijd (751-987 na Christus) werd onder invloed van een sterke bevolkingsgroei het landbouwareaal voortdurend uitgebreid.6 Renes, 1988. Nederzettingen In deze periode vond de meeste activiteit plaats in en direct aan de beekdalen. Hier woonde men en vond landbouw plaats. De plateaus bleven onbewoond, onder andere vanwege de slechte beschikbaarheid van water. De bewoning concentreerde zich langs de randen van het beekdal, wat leidde tot het ontstaan van de karakteristieke lineaire nederzettingen. Dit nederzettingstype wordt een wegdorp genoemd. Ransdaal en Klimmen zijn voorbeelden van dit dorpstype in de gemeente (figuur 11). Figuur 11. Het centrum van Klimmen, gelegen op de rand van het Bekken van Heerlen. Aan het eind van de weg, in de laagte, ligt Voerendaal. Op de achtergrond is onder meer de steenberg met skihal bij Landgraaf zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025). In het Bekken van Heerlen was de situatie anders. Hier was het gebied veel minder geaccidenteerd en lagen niet de uitgesproken beekdalen. Voerendaal is ontstaan bij de samenvoeging van twee beken. Omdat het niet in een dal ligt, maar in een wat vlakker gebied, heeft het niet de lineaire structuur van de andere oude dorpen en is meer als komdorp aan te duiden.

Rechtspraak bij dit artikel