Deze verordening verstaat onder:
- - beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- - bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is. Dit kan de gemeenteraad, het college of de burgemeester zijn, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak;
- - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
- - inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan aan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven zoals bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- - inwoners: ingezetenen zoals bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- - maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- - ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- - uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen zoals bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet;
- - participatie: elke manier van samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen, inclusief inwonersparticipatie en overheidsparticipatie;
- - inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- - overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen.