1.. Met inachtneming van de reikwijdte zoals in artikel 3 van deze verordening is beschreven, stelt het bestuursorgaan voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan met het proces en de planning van de participatie op en maakt dit openbaar.

2.. Het plan bevat in elk geval:

  • - een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
  • - de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit de volgende vormen:
    • - informeren: inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen krijgen informatie;
    • - inspraak: inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;
    • - adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;
    • - coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;
    • - meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over;
    • - beslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover; of
    • - een combinatie van deze vormen;
  • - en deze keuze toelicht.
  • - informatie over de procedure en de planning van het proces, waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen, hoe die benaderd en indien nodig ondersteund worden en de ambtelijke en de bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

3.. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.