**1..** Bij elke benoeming van een of meerdere wethouders onderzoekt het presidium of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. Ook wordt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag gevraagd als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
**2..** De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in lid 1 door het presidium te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevante geachte informatie aan het presidium kenbaar.
**3..** Het presidium kan zijn bijeenkomst houden voorafgaand aan de raadsvergadering.
**4..** De kandidaat wethouder kan in de gelegenheid worden gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten.
**5..** Het presidium brengt na zijn onderzoek verslag uit aan de raad in de raadsvergadering en formuleert een schriftelijk advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.
**6..** In de vergadering waar de wethouder wordt benoemd legt hij de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af.