Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 13.

Tegemoetkoming Woonkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Soest

1.. Wanneer een belanghebbende een huurwoning heeft met hoge woonkosten, kan het college op grond van individuele omstandigheden, bijzondere bijstand verlenen. Dit kan als belanghebbende geen of onvoldoende aanspraak kan maken op huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag en de belanghebbende de kosten geheel of gedeeltelijk niet meer zelf kan betalen als gevolg van: een niet verwijtbare verlaging van de inkomsten of; vertrek van een medebewoner of; 2.. De tegemoetkoming woonkosten wordt verleend voor maximaal twaalf maanden, met daarbij de verplichting voor de aanvrager om zo snel mogelijk goedkopere passende woonruimte te vinden of op een andere manier de financiële middelen en de woonkosten meer met elkaar in evenwicht te brengen. 3.. De toekenning van de tegemoetkoming kan worden verlengd wanneer daar aanleiding voor is, gezien de omstandigheden van de aanvrager en als de belanghebbende voldoende en concrete activiteiten heeft verricht ter verkrijging van goedkopere huisvesting en naar vermogen heeft getracht het inkomen te vergroten maar dit nog niet is gelukt. De verlengingstermijn wordt in redelijkheid vastgesteld afhankelijk van de individuele situatie en de situatie op de woningmarkt. 4.. De hoogte van de tegemoetkoming woonkosten voor de kosten voor huren, is gelijk aan de maximale huurtoeslag, die de belanghebbende had kunnen ontvangen als de huurprijs lager dan de huurgrens was geweest, plus de woonlasten boven de huurgrens. Hierbij wordt uitgegaan van een maximaal bedrag aan bijstand dat verantwoord is binnen het oogpunt van bijstandsverlening. 5.. Wanneer iemand jonger dan 23 jaar is, wordt voor de hoogte van de woonkostentoeslag uitgegaan van de situatie als 23-jarige. Dit betekent dat als de huur lager is dan de huurtoeslaggrens 23 jarige, de bijzondere bijstand gelijk is aan de huurtoeslag voor een 23 jarige.

Rechtspraak bij dit artikel