Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 14.

Reiskosten Inburgeringsplichtigen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Soest

1.. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor reiskosten aan: belanghebbenden zonder bijstandsuitkering met een inkomen tot 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige draagkracht én, die een verplichte inburgeringscursus volgen bij een officieel erkende onderwijsinstelling. Waarbij wordt uitgegaan van de dichtstbijzijnde onderwijsinstelling mogelijk in de specifieke situatie van de belanghebbende. 2.. In uitzondering op het eerste lid komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand voor hun reiskosten: inburgeringsplichtigen die recht hebben op een voorliggende voorziening, zoals een reisproduct van DUO; inburgeringsplichtigen die een BBL of BOL-opleiding volgen; 3.. De reiskosten worden vergoed op basis van de goedkoopste wijze van reizen met het openbaar vervoer, tussen het woonadres en het adres van de onderwijsinstelling. 4.. In afwijking van lid 3 wordt, als de reis vanwege gezondheidsredenen van de aanvrager niet met het openbaar vervoer afgelegd kan worden, de vergoeding vastgesteld op basis van het aantal kilometers volgens de kortste route per eigen vervoer. Dit bedrag is gelijk aan de onbelaste reiskostenvergoeding van de Belastingdienst. 5.. Wanneer de inburgeringsplichtige die in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor reiskosten in deeltijd taalscholing volgt, dan worden de reiskosten vastgesteld op het gemiddeld aantal dagen per week.

Rechtspraak bij dit artikel