De taak van het dagelijks bestuur is:
1. Het uitvoeren van alle taken en bevoegdheden genoemd in artikel 5 van deze regeling die niet aan andere bestuursorganen van de RID zijn toegewezen krachtens de regeling of andere wet- en regelgeving.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 33b van de Wgr is het dagelijks bestuur voorts belast met:
a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen;
b. het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;
c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de RID;
d. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
e. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van de RID, alsmede op al wat de RID aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden;
f. het beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de RID;
g. het behartigen van de belangen van de RID bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de RID van belang is.