Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8:

Artikel 23:

Bijdragen van de deelnemers

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.

1. Voorschotten voor de taakuitvoering en de organisatie van de RID worden jaarlijks voor het begin van ieder kalenderjaar aan de deelnemers op basis van de begroting in rekening gebracht. 2. De voorschotten worden berekend op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde verdeelsleutel van de deelnemers 3. De deelnemers zijn verplicht de voorschotten op te nemen in hun begroting. Op de bijdrage van de deelnemers wordt de vergoeding voor diensten van de deelnemers aan de RID in mindering gebracht. Additionele diensten van de RID aan de deelnemers worden apart in rekening gebracht. De verdeelsleutel wordt door het algemeen bestuur vastgesteld. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot per kwartaal op de vijftiende dag van eerste maand van het kwartaal éénvierde deel van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. 5. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 6. Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel