Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er teveel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet dat op tijd aan de invorderingsambtenaar worden doorgegeven, zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Een derde kan in het kader van een vordering te veel afdragen aan de invorderingsambtenaar.
Daarvan is sprake als:
de derde meer afdraagt dan aan belastingaanslag(en) openstaat;
de derde meer afdraagt dan resteert na aftrek van de (later) vastgestelde beslagvrije voet.
Als alle belastingaanslag(en), waarvoor de vordering is gedaan, zijn voldaan, stort de invorderingsambtenaar het overschot terug aan de derde. Het is dan aan de derde om dit bedrag over te maken aan belastingschuldige.
Als voor de vordering een beslagvrije voet is vastgesteld en deze beslagvrije voet blijkt later te laag vastgesteld, maakt de invorderingsambtenaar het verschil aan belastingschuldige over. De invorderingsambtenaar licht de derde en de belastingschuldige hierover schriftelijk in.
Uitbetalingsfouten
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Directe uitbetaling gebeurt wél als wordt aangetoond dat:
belastingschuldige tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren; of
belastingschuldige niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.
Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen, omdat deze daar geen recht op had.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft de belastingschuldige verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan er informatie worden verstrekt over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.7
Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)
Onderdeel van Leidraad Invordering publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vorderingen gemeente Horst aan de Maas 2026